Kazachstan & Kirgizië 2025

Met dank aan Paul Catteeuw voor zijn mooie verslag en warme indrukken

Almaty en de IQ-quiz
Woensdag 09 juli 2025, Kontich, België

We reizen niet voor ons plezier, zegt een goeie vriend van ons altijd. En inderdaad, opstaan rond zes uur is voor een gepensioneerde leerkracht tijdens de vakantie zo mogelijk nog “vermoeiender”. Zo lijkt het wel. Maar is dat wel zo? Wel neen, natuurlijk niet. Ik was enkel maar op zoek naar een introductie voor deze reis die ons naar onbekende oorden brengt: Kazachstan en Kirgizië. Of Kazakstan and Kyrgyzstan. Er zijn heel wat verschillende schrijfwijzen, maar ze behoren allemaal tot de Stan-landen. Wat op zich al een tautologie is, aangezien stan “land” betekent en uit het Farsi (Perzisch) komt.
Op dit ogenblik heeft het vliegtuig de landing naar Istanbul ingezet, terwijl ik met een half oog kijk naar een goeie ouwe western van Sergio Leone: The Good, the Bad and the Ugly. Nostalgie. Net als de fantastische muziek van Ennio Morricone. Vroeger telde ik de doden, nu geniet ik gewoon van de beelden en de muziek. Turkish Airlines heeft overigens alle fucks, bloody’s en bitches uit de ondertiteling gehaald en vervangen door… niets. Maar ik hoor ze wel, de mother fucking suckers. Daar moeten ze nog iets op vinden.
Voilà, we beginnen eraan. Straks vliegen we door naar Almaty, de voormalige hoofdstad van Kazachstan. Ik doe al minstens dertig jaar niet meer mee aan kwissen; mijn deelname aan de IQ-quiz is al van 1982 geleden. En Herman Van Molle, jaargenoot in Leuven, is ondertussen ook al lang met de noorderzon naar Zweden verdwenen. Mijn oudste – en toen enige – zoon was één jaar oud. Hij is nu 44 en traint ergens in Oostenrijk de spelers van The Great Old als voorbereiding op het nieuwe seizoen. Dit alles om te zeggen dat ik eerlijk gezegd de hoofdstad van Kazachstan niet uit het hoofd kende. En Bisjkek, de hoofdstad van Kirgizië, kende ik al helemaal niet. Net zoals alle andere steden en dorpen op deze reis. Het wordt dus een echte ontdekkingstocht. Let’s get started.
Tijdens een lange wachttijd op de enorme luchthaven van Istanbul zie je de halve wereld passeren, soms zelfs met reclame voor de Internationale Dag van de Vrouwen. Mannen met pleisters op hun hoofd die een haarimplantaat hebben laten zetten. Gesluierde vrouwen, maar evenzeer blote buiken. En je leest op de deur van de toiletten dat de Turken een hurktoilet gewoon een Turks toilet noemen. Enorm is de luchthaven in ieder geval. 35 minuten stappen van de ene kant naar de andere. Geopolitiek is deze hub een schot in de roos van onze vriend in Ankara.
Bij het boarden voor Almaty merk je ineens andere gezichten. Er is een jeugdvoetbalploeg aan boord en die jongens hebben allemaal Mongoolse trekken, een platter gezicht en wat ovalere ogen die wat dieper lijken te liggen.
Take off. Vijf uur vliegen en drie uur later dan in België.
Een rustige vlucht met live voetbal. Het is wonderbaarlijk om tussen Istanbul en Almaty op grote hoogte te zien hoe PSG in de eerste tien minuten van de wedstrijd – ondanks een uitstekende Courtois – Real Madrid belachelijk maakt en daarna kat en muis speelt met de Koninklijke. Allemaal te zien in het Aziatische zwerk.
Geland in Almaty om drie uur in de ochtend, en buiten is het verrassend al licht. En we hebben onmiddellijk zicht op de bergen die de stad omzomen. Hooggebergte. Met een busje naar het hotel. Onze gids Vitaliy begint te ratelen, maar ik ben te moe om het op te nemen. Gelukkig mogen we tot twaalf uur slapen.

Jean-Luc was here
Donderdag 10 juli 2025, Almaty, Kazachstan

Wat een luxe om tot de middag te mogen slapen. In jaren niet gedaan, maar gezien de korte nacht toch wel geapprecieerd door ons groepje. Dat bestaat uit negen deelnemers: zes vrouwen en drie mannen, inclusief Leila en Jan van het reisbureau Persiana.
Gids Vitaly neemt ons mee door de stad. Op weg naar onze eerste stop vertelt hij een leuke anekdote over Stalin. Toen die een groep mensen toesprak, moest er iemand niezen. Hij wou weten wie het was, maar niemand durfde te antwoorden. Dus liet hij de eerste rij neerschieten. Dat gebeurde ook bij de tweede rij. Op zijn derde vraag stak een man bevend zijn hand omhoog, waarop Stalin zei: “Gezondheid.”
Geen kwaad woord over onze gids. Zijn Engels is behoorlijk, maar hij overdondert ons met gegevens, waardoor de aandacht soms wat verslapt.
We stappen door een groene grootstad met brede lanen en grote, nieuwe auto’s. Het verkeer is druk, maar niet opdringerig. Almaty is – of lijkt – een moderne hoofdstad.
We bezoeken eerst de kathedraal van Maria-Tenhemelopneming, gebouwd in 1907 en tijdens de Sovjettijd voor alles en nog wat gebruikt, behalve voor de orthodoxe eredienst. Ondertussen is ze in ere hersteld en, zoals andere dergelijke kerken, van onder tot boven met prachtige iconen beschilderd. En toch vind ik geen Laatste Avondmaal voor mijn collectie. Ongeveer 25% van de bevolking is orthodox. Dat betekent zo’n vijf miljoen mensen in een land dat meer dan 150 keer groter is dan het onze.
Nieuw voor mij was de uitleg over de schuine balk op het orthodoxe kruis. Die zou verwijzen naar de twee moordenaars naast het kruis van Christus: de oplopende kant wijst naar de hemel voor de goede moordenaar (“goed?”), en de andere kant naar de hel voor die andere schurk.
Vanuit de kerk is het een kleine wandeling naar het Panfilovpark en het oorlogsmemoriaal. Een massieve sculptuur met vijftien soldaten die de vijftien Sovjetrepublieken voorstellen, en een vervaarlijke soldaat met handgranaat op de voorgrond. Onderaan staat een wat enigmatische tekst die in Engelse vertaling luidt: Russia is huge but there is nowhere to retreat since Moscow is behind us. Een tekst waar je vele kanten mee op kunt.
Ruslandkenner Dirk (De rafels van Rusland) stelt een vraag, waarop Vitaly in een nationalistische egelstelling kruipt en vraagt hoelang België weerstand heeft geboden aan het naziregime. Tja, achttien dagen. Maar dat zijn uiteindelijk gesprekken die moeilijk lopen en geen juist antwoord opleveren.
Een spar onderweg is blijkbaar geschonken door Jean-Luc Dehaene. De arduinen plaat biedt tekst en uitleg in het Kazachs. He let the beast go.
Het Nationaal Muziekmuseum herbergt een massale collectie authentieke instrumenten. Het museum is echter heel statisch. Slechts één filmpje en geen geluidsfragmenten. Dat zou natuurlijk beter kunnen en het museum aantrekkelijker maken. Er is een kleine internationale collectie, en ook hier is Indonesië niet ver weg. Een angklung en een stuk gamelan zorgen voor een voorproefje van september.
De bazaar – allemaal op wandelafstand – is groot en biedt een overdadig aanbod van alles wat je op een markt kunt vinden: fruit, groenten, vlees, vis. Ook een hele rayon paardenvlees. In tegenstelling tot vele andere markten is dit erg goed georganiseerd en vooral erg proper en hygiënisch. Ik stel enige kooplust vast bij ons groepje. Marleen, die vlot Russisch spreekt, komt hier en daar te hulp.
De grote moskee is eerder een tegenvaller wegens vrij eentonig.
Laatste stop: het Plein van de Republiek. Recht tegenover het vroegere presidentiële paleis staat een obelisk met de figuur van de Gouden Man (hierover later meer), met op zijn hoofd een gevleugelde sneeuwluipaard, symbool van dit land. Daar rond staat een soort scherm met bronzen panelen die taferelen uit de Kazachse geschiedenis voorstellen. Met ook Nazarbayev, de eerste president, op het laatste paneel. In eerste instantie leek hij een positieve figuur, maar ondertussen is hij toch letterlijk van zijn troon gevallen. Ook hem waren nepotisme en fraude niet vreemd. Van de andere verhalen ben ik wegens overdaad ondertussen ongeveer alles vergeten. 
Na het lekkere avondmaal was de pijp bij iedereen uit. Vroeg naar bed, want morgen begint het echt.

Slechte jagers in 1302
Vrijdag 11 juli 2025, Almaty, Kazachstan

Al vaak merkwaardige soorten ontbijt gezien, maar kroketten op de nuchtere maag? In Kazachstan wordt het aangeboden. Naast een heel aantal dingen die ik niet ken. Genoeg om een intermittent vaster te laten twijfelen. Op reis is “zondig” leven weer wel acceptabel. Of maak ik dat mezelf wijs?
We bezoeken het Staatsnationaal Museum. In 1985 in Sovjettijd gebouwd om enkele collecties samen te brengen. En dat is ook wel erg duidelijk. Het resultaat is een allegaartje, een eclectische verzameling waarin echt moeilijk eenheid te vinden is. Dit museum mist een conservator met een bovenlokale blik die voor een duidelijke aanpak kiest en zorgt voor duidelijke informatie. Als je wil weten waar een voorwerp vandaan komt en uit welke periode het is, ben je aan het verkeerde adres. Af en toe word je ook nog op het verkeerde been gezet, omdat voorwerpen uit een naburig land blijken te komen. Zoals een doodgewoon souvenirtje uit Nukus (Oezbekistan).
Dat neemt niet weg dat er genoeg boeiend materiaal ligt. Van kamelenzadels over huishoudmateriaal tot klederdracht. Een interessant voorwerp is een oorring met twee hangertjes: een staafje als tandenstoker en een oorstaafje. Praktisch als je op reis bent. Of een verzameling bikkels – “pekkels” voor de West-Vlamingen – die me aan mijn jeugd en geschaafde knokkels op de speelplaats van de jongensschool in Marke herinnert.
In de afdeling contemporaine geschiedenis heb je dan weer een rij toonkasten met klederdracht en voorwerpen van verschillende volkeren. Het gaat om bevolkingsgroepen die gewapenderhand naar Kazachstan werden gedeporteerd. In dit gigantische land was er genoeg ruimte voor dit soort acties. Zo werden in 1941 circa 450.000 Wolga-Duitsers op deze manier verplicht op transmigratie gezet en gedeporteerd. Een groot aantal van hen werd na de oorlog tegen betaling naar de toenmalige BRD getransporteerd.
En dan hebben we nog de Gouden Man. Archeologen vonden in een tumulus een skelet uit de vierde eeuw voor Christus, helemaal bedekt met 4000 gouden plaatjes – vandaar de naam natuurlijk. De vondst heeft ondertussen mythische proporties aangenomen en fungeert nu als het symbool van de Kazachse onafhankelijkheid. Ondertussen wordt zelfs getwijfeld aan het gender van de figuur. De talloze versieringen, waaronder het hoge en rijkversierde hoofddeksel, duiden veeleer op een vrouw. Waar het echte skelet nu is, staat nergens beschreven. Het maakt hem/haar alleen maar mythischer. Of zou het hier om een matriarchale maatschappij gaan en wil men dat niet bekendmaken in tijden van girlpower?
Voor we Almaty verlaten, stoppen we nog bij een koffieshop. Een verborgen pareltje. Zelfs kleiner dan onze keuken. De man verdient er genoeg mee om rond te komen, maar ook niets meer. Het voegt wel iets toe aan de discussie of je nu best alleen of in groep reist. Deze koffieshop zou je nooit tegenkomen zonder gids. Dat pleit dus voor een groepsreis. Maar een museumbezoek vraagt dan weer de nodige souplesse in groep. Mijn bezoek aan een museum matcht minder met een groep, maar je hoeft je ook minder aan te trekken.
We rijden de stad uit en komen onmiddellijk in een ander landschap. Uitgestrekte grasgebieden ontrollen zich, met hier en daar wat paarden. En enorme saffloervelden (voor kookolie en kleurstof). We rijden langs een met de hand uitgegraven meer van 22 op 180 kilometer – ongeveer anderhalve provincie van ons land. Het doet dienst als waterreservoir, omzoomd met wat watersportmogelijkheden en ook enkele casino’s.
Het is 11 juli vandaag, feest van de Vlaamse Gemeenschap, met de daarbij behorende uitingen van – meestal dwaas – nationalisme. Ooit ben ik één keer op de IJzerbedevaart geweest, en ik was direct genezen van dat soort nationale trots die op vele plaatsen nu leidt tot gevaarlijke toestanden en zelfs oorlogen. We hoeven slechts even naar het nieuws te luisteren. Op de radio spenderen Gert Van Boxel en collega’s soms meer dan de helft van hun bulletin aan oorlogsverslaggeving.
Wat vieren wij? Een overwinning(ske) op de Fransen in 1302, de enige zege in onze vaderlandse geschiedenis waar zelfs de Brabanders tegen de Vlamingen vochten, die door Conscience in de romantiek werd opgeblazen omdat wij ook nood hadden aan een Wilhelm Tell of een Robin Hood. In een poging tot verzoening ben ik dan maar met een Debrabandere getrouwd. Een goedendag hebben we nog nooit gebruikt; je kunt je sporen ook zonder een maliënkolder verdienen.
Terwijl ik dit schrijf, wil ik toch iets rechtzetten over de stad waar ik tot mijn 21e heb gewoond. Neen, er wordt niet meer Frans gesproken in Kortrijk dan in Gent of Antwerpen. Ik nodig de non-believers uit om met mij eens naar de Carrefour in Edegem te gaan. Wel is het zo dat er in ons dialect veel verbasterd Frans zit.
En nu terug naar Kazachstan. Zelfs de spellingcontrole van mijn iPad slaat af en toe tilt bij de schrijfwijze van dit land. De schuld ligt dus niet bij mij. Schiet dus niet op de pianist.
Dat dit uitgestrekte land rijk is aan grondstoffen is evident. Volgens de gids vind je hier alle elementen van Mendeljev terug.
Bij elke maaltijd is er vlees, want de Kazakken zijn echte carnivoren – en noemen vegetariërs gewoon bad hunters. En daarmee besluit ik mijn dagelijkse boodschap. Het is nog maar zes uur, maar basta così.
P.S. De foto’s zijn niet enkel van mij, maar ook van alle medereizigers: Leila, Dirk, Dominique, Ingrid, Jan, Marleen, Marijke, Dirk en Mie, waarvoor grote dank.

De kwaliteit van zand
Zaterdag 12 juli 2025, Basshi, Kazachstan

Volle maan en wat jetlag. Resultaat: pas om halfdrie in slaap gevallen en om zeven uur opgestaan, want we bezoeken vandaag het Altyn Emel-park. En dat is toch wel een hele tocht door de Kazachse steppe. Pas als je erdoor rijdt, merk je hoe onmetelijk groot dit land is. Kilometers en kilometers droge, verdorde steppe, zonder ophouden. Of toch niet helemaal. Af en toe is er een soort kleine oase langs beekjes die de grotere rivier Ili voeden. Op een van die plekjes stoppen we om een wilg van 700 jaar oud te bewonderen. Se non è vero, è bene trovato. Oud is de boom in ieder geval, net als de inspecteur die zijn mond bloot en goud lacht. Zouden die tanden de overschot van de Gouden Man zijn?
Je denkt: zo’n steppe is leeg, maar hier leeft van alles. Van klein tot groot. Libellen, ontelbaar vele sprinkhanen, hagedissen, maar ook hazen, jerboa’s (een soort springmuis), gazelles en waarschijnlijk nog vele andere beestjes die we niet zien. Vossen, wolven, giftige slangen en spinnen, en sneeuwluipaarden hebben we niet ontmoet. Er is hier dus wel heel wat leven in de brouwerij. Ook het przewalskipaard zou hier rondlopen. Over vogels zwijg ik maar.
Vanuit Basshi rijden we eerst naar het Katutaugebergte. Een afwisseling van zandpaden en rossige heuvels. Goed voor een wandeling van een uur in de steeds warmere zon. Vrij egaal, zonder veel variatie. Die krijgen we wel in het Aktaugebergte: alle mogelijke sedimentafzettingen in alle denkbare kleuren, met prachtige lijnen die de verschillende tijdslagen afbakenen. Een ongehoord kleurenpalet dat onze ogen streelt. Telkens weer gebruik ik dan het mooie Duitse woord Augenweide: een lust voor het oog. Haast oogverblindend. Soms lijken de rotsformaties van ver op appartementen in skiresorts. Volgens Dirk op Tibetaanse kloosters. We wandelen door een droge canyon naar witte kalkbergen, waar Dover een punt aan kan zuigen. Een heerlijke, maar bloedhete tocht, die volgens de verkeersborden eigenlijk niet mocht, want er stond een verbodsbord. Merkwaardig genoeg kom je hier toch nog her en der zo’n bord tegen, terwijl we de hele dag amper tien auto’s zagen op onze tocht van ruim zestig kilometer enkel.
Na de lunch zetten we koers naar de zingende duinen. En dat ze het doen, is echt. We beklimmen de hoogste duin, zo’n 100 meter hoogteverschil in ultrafijn zand. In vergelijking bestaan de korrels op het strand van Oostende of Nieuwpoort uit rotsblokken. Alleen in Knokke zullen ze wel beweren dat zij ook zo’n fijn zand hebben.
De klim is zwaar, maar we geraken boven. De beloning: een prachtig uitzicht op de wijde omgeving.
En dat zingen? Wel, als je al zittend naar beneden glijdt, zorgt de wrijving van de zandkorrels voor een soort zoemend geluid dat nog even blijft nazinderen. Heel merkwaardig.
Volgens een sage – neen, geen legende – zou het gaan om het gekreun van Dzjengis Khan, die hier in de buurt begraven zou liggen. Compleet van de pot gerukt, natuurlijk, maar toch stof voor een volksverhaal.
Een even actieve als mooie dag wordt afgesloten met een glaasje Merlot en vroeg naar bed. Tomorrow is another day.

Van meloenen en kortweunders
Zondag 13 juli 2025, Basshi, Kazachstan

Een lange reisdag voor de boeg. Op een weg die dringend aan reparatie toe is, maar wel rechtstreeks naar China leidt. Trucks vol Chinese wagens voor de Europese markt: BYD en andere merken. Wat ook aan reparatie toe was: de achterband van ons busje. Gelukkig gebeurde dat op zo’n 500 meter van het restaurant en het beginpunt van onze canyonwandeling.
Maar eerst stoppen we in Zharkent, een klein dorp waar we “echte” watermeloenen kopen en eten. Wat een verschil met de “waterzakken” bij ons. Dat geldt trouwens voor meer voeding hier. De tomaten bijvoorbeeld. En de eieren en de beesten die ze produceren, zijn duidelijk van kortweunders. De Kortrijkzanen zullen dat woord wel begrijpen: een mooi synoniem voor scharrelkip en -ei. Al zouden ze het misschien wel willen, ze komen niet van de Hollanders. In dit dorpje wonen wel heel wat Oeigoeren (onder anderen de meloenverkoopster), maar het zijn duidelijk “goeigoeren” in de ogen van Kazakstan, want ze worden hier niet vervolgd.
Die onvoorziene stop brengt ons ook naar de vroegere moskee, gebouwd in 1892, die er helemaal niet als een moskee uitziet. Eerder als een Chinese pagode. Met een mooie, grote en rijkelijk versierde vergaderzaal en gaanderij voor de vrouwen. Een prachtig beschilderde trap leidt erheen. Op het binnenplein staat een prachtige boom. Obsidentify vertelt me dat het een iep is. Nu, voor mij mag het ook een olm zijn. (Herman zal wel uitleg geven.)
Ook het toilet is een bezoek waard. Neen, de twee gaten in de grond zijn niet de voetsteunen, maar gewoon een deel van een dubbeltoilet. Samen hurken en de dorpsnieuwtjes letterlijk in geuren en kleuren delen moet toch heerlijk zijn.
Ook het kleine bijbehorende museum is een juweeltje. Zadels, samovars, tapijtjes en andere kleinoden zijn minstens even mooi tentoongesteld als in het museum van Almaty.
De lange tocht gaat verder over goede stukken snelweg, maar ook over hobbelige wegen en zelfs pistes. Aan de wegeninfrastructuur is hier nog heel wat werk. Gelukkig is de Koningin Astridlaan bij thuiskomst in Kontich klaar, want daar was ook heel wat werk aan.
De beloning voor de lange rit is echter groot. De Charyn Canyon is een prachtig stukje natuur. Het erosiedal kronkelt zich tussen scherp uitgesneden rotsen die alle mogelijke dieren lijken uit te beelden: een kat, een hond, een arend. Overtuig je zelf op de vele foto’s die ik post. Die zeggen hier meer dan woorden.
Na tweeënhalve kilometer komen we aan een verkoelende rivier. En dat alles bij meer dan dertig graden in de brandende zon. Het landschap is een perfecte site voor het draaien van een western. In combinatie met de uitgestrekte steppes waarop je zo de cowboys en indianen op hun mustangs ziet draven.
We meanderen terug naar het beginpunt. De helft van het groepje doet dit in een plaatselijk heen-en-weerbusje, maar echte helden versagen niet en gebruiken de benenwagen. Dat leidt tot een discussie over het aantal gezette stappen op de verschillende meters. Maar dat het er meer dan 10.000 zijn, is wel zeker. Het zweet krijgen we er gratis bij.
Ik gebruikte gisteren al het woordje Augenweide, maar hier is dat opnieuw op zijn plaats. Als je beneden wandelt, besef je minder dat je door een hoefijzerdal loopt. Een drone zou hier soelaas bieden, maar dan zie je beelden die je zelf niet hebt gezien.
De weg naar ons hotel is duidelijk beter. En plots ook zeer afwisselend: diep ingesneden dalen, hoge bergen op de achtergrond, dorre steppe die opeens overgaat in groene bebossing. Een stop bovenaan de Black Canyon biedt ons toch nog een blik in de diepte. Ik waag me tot aan de afgesloten rand, maar keer snel terug. Mijn afgrondvrees is duidelijk.
Het laatste stuk gaat helemaal door een groen dal.
Na het avondmaal proef ik mijn eerste lokale wodka. En dat hij smaakte.
Opvallend feit: in Antwerpen lopen meer gesluierde vrouwen rond dan in het overwegend islamitische Kazachstan. 75% is hier moslim, maar blijkbaar blijven de moskeeën leeg. Een vergelijkbare toestand met het katholicisme bij ons. De redenen lopen wel niet gelijk. Hier is het – ik ben voorzichtig – hoogstwaarschijnlijk het gevolg van de laïcisering tijdens de Sovjettijd.
De avond is ondertussen gevallen. Nog even foto’s kiezen en dan weer wat lezen in Als we zingen van de Noorse Merethe Lindstrøm, tot we in slaap vallen, en van hoge bergen en diepe dalen dromen.
Tot morgen.

The Wild Rover in a Buhanka
Maandag 14 juli 2025, Kegen District, Kazachstan

Waarom die ene foto? Mooi is hij niet. Flatterend evenmin. Maar ons busje leidde nu eenmaal een eigen leven. Een gekruisigde Christus als het ware. Maar die had dan nog wel de opgelegde decency dat hij zijn benen dichthield. Het leven zoals het is. 
Quatorze juillet aujourd’hui. Maar Frankrijk en ook België zijn ver weg. Zelfs de Tour wordt nauwelijks gevolgd. En Kazachstan houdt niet op ons te verbazen. Op alle vlakken. Het land is heel netjes, alles is goed georganiseerd. Het eten is erg lekker: veel groenten, exotisch en toch weer niet. De wegen zijn wel nog niet alles. Deze morgen zijn we naar het Kaindy Lake gereden. Alhoewel, “rijden” is in dit geval een understatement. Hotsen en botsen zijn betere beschrijvingen. De weg leidt omhoog naar een hoogte van 2000 meter. Met een buhanka. Dat lijkt een beetje op zo’n Volkswagenbusje van vroeger: same same but different. Maar het is wel een uitzonderlijk sterke wagen, die kan wedijveren met de betere 4×4’s. De piste is erg geaccidenteerd. De aarden weg zit vol barsten en spleten. We rijden door riviertjes. Het gaat stevig omhoog. Tot 200 meter.
We komen bij het Kaindymeer uit. Een zeer jong glaciaal meer, waar de restanten van bomen nog boven het water uitsteken, wat voor een heel bevreemdende sfeer zorgt. Ik las ergens mystisch, maar dat lijkt me toch wat overdreven. We nemen een pad omhoog voor een blik van bovenaf, maar moeten voortdurend opzij voor de paarden die langskomen. Voornamelijk Chinese toeristen. Onderweg ook een vrouw die helemaal bedekt is. Een Arabische misschien? Het valt echt op dat de Kazakken heel los omgaan met kleding. Sluiers zie je nauwelijks. Zoals ik gisteren al schreef: in Antwerpen zie je er meer.
Het meer zelf zou geen leven bevatten, fauna noch flora. Rond het meer zie je wel van alles, zoals eekhoorntjes.
’s Namiddags vertrekken we naar Kolsai, een echte toeristische trekpleister. Chinezen vollen bak. Allemaal op het meer met een waterfiets. Wij kiezen voor een pad langs het meer, met uitzicht op het water dat blijkbaar 70 meter diep is en echt tussen de bergen ingeklemd ligt. Het voedt Kolsai 2 en Kolsai 3 via kleine riviertjes.
Alweer een mooie tocht in een enorm land dat heel veel afwisseling vertoont, ook al zien we er maar een klein stukje van. Ik schreef dat het 150 keer groter is dan ons land. ChatGPT vertelt me dat het 272 keer is. Ter vergelijking: Frankrijk is 18 maal groter. Slechts twintig miljoen inwoners, en gemiddeld acht inwoners per vierkante kilometer.
Wat gesprekjes links en rechts leren ons dat er een tekort aan scholen is en dat er daarom in twee shifts wordt gewerkt. Er is ook een tekort aan leerkrachten. Al vanaf de lagere school leert men Engels, maar het resultaat lijkt voorlopig niet zo optimaal. Een dokter-uroloog die we proberen aan te spreken, kent enkel Russisch en uiteraard Kazaks. In je curriculum kies je voor een van die twee talen en volg je die keuze verder.
Age is an issue of mind over matter. If you don’t mind, it doesn’t matter.
Een mooie afsluiter van Mark Twain, aangebracht door Marijke en in praktijk gebracht door Dirk.
En hiermee zijn we klaar om morgen Kazachstan te verlaten en Kirgizië te verkennen.

Sauna
Dinsdag 15 juli 2025, Kolsoy, Kazachstan

Een poging. Ik zit in Kirgizië voor mijn joerttent op 2100 meter hoogte. Voor mij een grasveld vol edelweiss, iets verder een snelstromende bergrivier. De overkant van de rivier is Kazachstan, dat we kort na de middag hebben verlaten. Verder omringen hoge bergen – sommige zelfs tot 7000 meter – de Karkara-vallei. De grens met Kazachstan is op die manier ook een fysieke grens. We zijn hier bovendien een uur later. De kans is dus groot dat je uurwerk voortdurend van tijd verandert.
En voor de rest: zalige rust. Wat aanleiding was tot een stevig namiddagslaapje in mijn luxetent. Toegegeven, dit is niet de joert die je al eens ziet in een documentaire, maar een luxueus geval. Eerder een lodge.
Bij edelweiss komt natuurlijk The Sound of Music even in gedachten. En als je de joerten en de paarden wegdenkt, zou je je hier inderdaad in Oostenrijk kunnen wanen. Ik herinner me dat ik ooit een edelweiss heb gezien toen ik als twaalf- of dertienjarige met het Damiaancollege meeging op de Sint-Paulusjeugdkampen in Häselgehr of Martell.
Nog even terug naar die eerste week in Kazachstan, die mijn verwachtingen overtroffen heeft. Ik dacht dat het land – en ik schroom me om dat woord te gebruiken – primitiever zou zijn. En daarmee bedoel ik niet de mensen, maar de gebouwen, de infrastructuur en de mogelijkheden op het gebied van internet. Ik heb me schromelijk vergist. De tussenstops toonden wel een andere, vooral ommuurde bebouwing dan bij ons, maar vooral de netheid viel telkens weer op.
We verblijven hier in wat ook een basiskamp voor alpinisten is. In de kantine zie je jonge, getaande en vooral gespierde atleten die wachten op het juiste weer om met de helikopter al een stuk op weg te gaan. Het ziet nu zwart en er wordt voor morgen regen voorspeld.
Deze namiddag ben ik ook met Jan in de sauna geweest. Behalve een letterlijke uitschuiver was het een zalige bedoening, met een klein buitenbad om af te koelen. Het bracht me in gedachten terug naar een docentenuitwisseling, minstens twintig jaar geleden, toen ik in Tampere even ging lesgeven. Het was volop winter, en dus naar de sauna – in het land van de sauna. Dat buitenbad was toen een gat in een dichtgevroren meer. Wat ik me vooral herinner, is dat een onderdeel van mijn lichaam na die korte duik wel heel erg gekrompen leek. Daarna kon je nog een hele tijd buiten zitten, ondanks de temperaturen. Ik herinner me ook de superkorte dagen, met slechts enkele uren van flauw licht. Ik begreep toen waarom de Finnen zo zwijgzaam zijn.
Het zal niet voor vanavond zijn, maar ik hoop nog op een volle sterrenhemel. Hopelijk kan Kirgizië ons dat bieden.

No success without failure
Woensdag 16 juli 2025, Karkara, Kazachstan

Het is moeilijk om deze dag kort te beschrijven. Niet zozeer om de veelheid aan plaatsen die we hebben bezocht, maar veeleer om de indrukken die we hebben opgedaan en de gesprekken die we hebben gevoerd.
De dag begon nochtans zeer regenachtig. Regen die op een joert valt, maakt – ook in een luxejoert – gewoon veel lawaai. Gelukkig bleef het hemelwater, op wat gedruppel na, snel achterwege.
We reden vanaf Karkara door het groene Kirgizië. De eerste stop was een bijenkar. Ik weet niet hoe ik dat anders moet benoemen: gewoon opleggers vol bijenkorven die langs de weg staan. “Zeem” wordt er in alle variëteiten verkocht. Ik lust het goedje niet, maar wat steun aan de lokale handel kan geen kwaad.
De volgende stop was de Reina Ranch. Na de ineenstorting van de Sovjet-Unie kocht de familie dertig hectare ogenschijnlijk onbruikbaar land en toverde het om tot een fruitgaard en een echte ranch, waar angusrunderen, arashanschapen en paarden worden gekweekt en gefokt. Het geheel is uitgegroeid tot een bloeiende zaak, dankzij het pientere management van de familie.
Het angusrund proefden we ’s middags op ons bord. Dat bijzondere schaap met Kardashianpoep levert wel tot vijftig liter vet, en de gefokte paarden leveren kampioenen af in niet-aangespannen draf. De vrouw die ons te woord stond, is heel bereisd en van alle markten thuis. Haar broer is veearts en de familie stelt tot zeventig mensen te werk.
De ligging van het domein is bovendien betoverend mooi en straalt een intense rust uit. Toch wordt hier kennis uit de hele wereld samengebracht en doorgegeven. Op die manier worden andere bedrijven op een correcte manier op weg geholpen. Maar mevrouw Reina antwoordt nuchter: no success without failure.
Een korte demonstratie met wat paarden leverde ook informatie over de broer, de paardenfluisteraar.
Vandaar ging het naar het museum van de heer Przewalski. Uiteraard zijn de przewalskipaarden – uit het eerste Groot Dictee der Nederlandse Taal – naar hem genoemd. Meneer P. (dat schrijft makkelijker) was een soort Livingstone van Centraal-Azië, met heel wat ontdekkingen op zijn actief. Hij heeft ongeveer tien jaar door deze uitgestrekte gebieden gereisd en is tenslotte onderweg in onze huidige verblijfplaats Karakol aan tyfus gestorven. Vandaar ook het grote monument. Zijn grote verdienste als ontdekkingsreiziger ligt vooral op het gebied van cartografie. Onze kennis over Centraal-Azië is mede aan hem te danken.
In Karakol nemen we afscheid van onze gids Vitaly en verwelkomen we Tatiana. Een ander type, met zachte stem en een atypische levensloop volgens Kirgizische normen en waarden. Ze is getrouwd met een etnische Koreaan.
We bezoeken een merkwaardige moskee die eruitziet als een tempel van de boeddhisten, maar toch van islamsignatuur is. Ze dient namelijk als gebedsplaats voor de Dungan. Al ooit gehoord van deze bevolkingsgroep? In onze groep ook niemand, zelfs Marleen en Dirk kenden ze niet. En toch wonen er zo’n zestien miljoen in China. In tegenstelling tot de Oeigoeren worden ze niet vervolgd. Ze zijn wel moslim, maar eisen geen eigen staat op.
In Karakol wonen er enkele tienduizenden van deze etnische Chinezen. Ze spreken nog steeds hun eigen Chinese taal, maar lijken verder totaal geïntegreerd. Dungan betekent zoiets als “van de overkant”.
Tussendoor gingen Dirk en ik naar een kapper om ons te laten scheren. Trouwe lezers weten dat ik zoiets op elke reis doe. Vaak een heel plezante gebeurtenis. Niets van dit alles. Het scheren gebeurde gewoon met een klein scheerapparaat, en het resultaat was ernaar. Dit is mijn slechtste kapperervaring in het buitenland ooit. Op hotel dan maar alles gladgeschoren met mijn Gillette. Nu ja, de prijs was belachelijk: 300 Som, omgerekend drie euro.
Het avondeten was in een familiehuis, waar een Dunganvrouw voor ons kookte. Een overvloedige tafel, waarvan bijna de helft overbleef. Een gesprek met Tatiana en de kokkin (getrouwd met een Oezbeek) bracht ons heel wat kennis over de CCCP en de Dungan mee. Af en toe werd er toch wel wat met de wenkbrauwen gefronst. Zo hoorden we dat er op je identiteitskaart in Kirgizië een vakje is waarin je je etnische afkomst moet invullen. Waar hebben we dat nog gehoord? Er is maar een kleine stap nodig.
In Indonesië moest je trouwens tot voor kort je godsdienst invullen. En neen als antwoord kon niet.
Voilà, zo loopt alweer een gevulde dag ten einde. De bedstee lonkt.

Leve de CCCP
Donderdag 17 juli 2025, Altyn arashan, Kirgizië

Met de CCCP naar 2500 meter
Ondertussen heb ik al wat reizen gemaakt, maar qua variatie is deze trip toch echt een topper. Het programma zit bijzonder goed in elkaar en de dagen zijn een aaneenschakeling van telkens weer nieuwe en verrassende ervaringen. Leila weet perfect hoe je zo’n reis op poten zet. Ben je nieuwsgierig? Ga dan eens kijken op www.persianareizen.be  (zie ook de P.S.).
Dit alles om te zeggen dat ook deze dag weer onvergetelijk was.
Onze bus, met chauffeur Alex Rohleder – duidelijk een nazaat van de Wolgaduitse diaspora – brengt ons tot aan de rand van het gebergte. Daar stappen we via een – voor mij althans – getraliede en dus transparante brug over een snelstromende rivier. Voor alle anderen was het een gewone brug.
Aan de overkant stappen we over in een soort mengeling van buhanka, vrachtwagen en transportbus, met een onuitspreekbare naam en nog gemaakt in de CCCP (voor mijn jongere lezers: de USSR, ofwel de Sovjet-Unie). En dat ding doet onuitsprekelijke dingen.
Ik weet niet hoe Rocky the Road to Dublin er werkelijk uitzag, maar ik weet nu wel hoe een truck aka bus zich gedraagt op een primitieve piste bergop. Dit voertuig kan echt wat aan. Smalle wegen vol putten, rivierdoorsteken, rotsblokken langs ravijnen — en toch stijgt het langzaam maar zeker tot aan het eindpunt, op 2500 meter hoogte. Het ding hotst, botst, schokt, wiebelt, schudt en brult, maar geraakt overal op en over.
Af en toe stoppen we om te genieten van de indrukwekkende vergezichten vanuit het dal langs de rivier. Moeilijk in beeld én in woorden te vatten. Soms lijkt het op de Alpen, met Milka-koeien, maar dan weer niet, wegens de paarden met hun Kirgizische ruiters – soms slechts 10 jaar oud – die ons links en rechts voorbijsteken. Hier en daar wandelen we een stuk, zoals het laatste stuk tot aan de nederzetting Altyn Arashan (remember de schapen van gisteren).
Daar zijn warmwaterbronnen en enkele joerts en houten keten om trekkers op te vangen. Wij kregen een lunchbox mee met zalm, afkomstig van Noorse zalmfarms. Het deed me denken aan een maaltijd op de Færøer: daar lopen tien keer meer schapen rond dan mensen, en toch kregen we lam uit Nieuw-Zeeland op ons bord.
In ieder geval: eten met uitzicht op bergen van ruim boven de 4000 meter is toch iets anders dan een keuken met zicht op de buren in Kontich.
Onderweg zat ik een stuk vooraan in de truck, en pas dan merk je hoe ervaren en behendig onze chauffeur is. Aan zijn dashboard hangen merkwaardige attributen: een miniatuurzadeltje, een miniatuurkalasjnikov, een orthodox kruisje en een medaillon met vermoedelijk een Christoffel. Geen Christoforos die Christus over het water draagt, maar een exemplaar dat ons veilig over deze moeilijke passages heen loodst.
Ondanks mijn afgrondvrees heb ik nergens schrik gehad. De brug vanochtend boezemde haast meer schrik in.
We keren een groot stuk te voet terug. Samen met Jan ruk ik me – Pogacar-gewijs – los uit het peloton en we wandelen tot aan het verste afhaalpunt. Daarna weer hotsend en botsend de berg af. Nu zit ook Mie vooraan, om van het spektakel te genieten.
In het dal bezoeken we een hot springs-complex. Baden in verschillende temperaturen zijn verkwikkend, zolang je uit het heetste bad blijft. Zestig graden. Ik heb het getest – daarna toch wat duizeligheid en te voelen wat een kreeft die langzaam wordt gekookt.
’s Avonds worden we in het restaurant getrakteerd op Kirgizische muziek met plaatselijke snaarinstrumenten. Gewoonlijk huiver ik bij dergelijke vormen van fakelore, maar hier ging het om jonge muziekstudenten die via deze vingervlugge stukken hun kunde oefenden. Het klonk authentiek en technisch bijzonder knap. Een verademing om de dag mee af te sluiten.
P.S. Leila, krijg ik nu korting op mijn volgende reis? 

Gebroken hart
Vrijdag 18 juli 2025, Karakol, Kirgizië

Het houdt niet op.
Ook vandaag was het weer een dag vol verrassingen. Moeilijk te begrijpen misschien — en toch is het zo. Er zijn minimaal zes dingen waarover ik moet schrijven. Dus ik begin eraan en probeer mij te beperken. Dat is de moeilijkste stap.
Onze eerste stop is de wondermooie orthodoxe Drievuldigheidskerk. Eind 19e eeuw gebouwd, helemaal uit hout, zonder spijkers. Iconen en schilderijen zijn aanwezig, maar in de juiste mate — niet overladen. De kerk straalt sereniteit en rust uit. We branden een kaarsje met een intentie.
Ik hoop dan altijd op wat orthodoxe gezangen, en denk aan mijn favoriete vertolkster: Divna Ljubojević. Voor wie eens een zuivere en subtiele stem wil horen: gewoon haar naam intikken op Spotify en luisteren naar het korte, maar o zo mooie Axion Esti. Terwijl ik dit schrijf, begeleidt ze me.
Van medelid Dirk Boone (heemkundige kring) kreeg ik de tip om het plaatselijke museum te bezoeken — waarvoor dank. Een gouden raad, want het is een pareltje. Naast de collectie archeologische vondsten, plaatselijke fauna en etnologische artefacten, is er ook een indrukwekkende fototentoonstelling van Ella Maillart.
Een ongelooflijk straffe madam uit Zwitserland, die vanaf het begin van de vorige eeuw de halve wereld rondreisde en alles fotografeerde. Ga zeker eens op Wikipedia kijken naar haar exploten. Onwaarschijnlijk waar ze allemaal geweest is, wat ze gedaan heeft — en bovendien was ze een knappe fotografe én, eerlijk gezegd, ook een knappe vrouw. Ik zag hier en daar wel wat gelijkenissen met Karen Blixen alias Isak Dinesen (Out of Africa, Babettes Gæstebud). Een puur genot.
We rijden verder tot aan een gespleten, roodbruin gekleurde rotsblok. Tatiana vertelt er het sprookje (of eerder: de mythische sage) bij van de goede koning en zijn wonderschone vrouw, die door een slechte koning wordt begeerd en geschaakt. Er wordt een akkoord gesloten om haar terug te geven, maar de raadgever van de slechte koning fluistert hem in dat hij haar ook dood kan terugbezorgen. Hij brengt haar naar de goede koning, maar doorboort haar hart. Het bloed vloeit in het dak van het paleis — vandaar: de rots van het gebroken hart.
Met onze gids Tatiana spreek ik af dat ze een poging zal doen om rond dit verhaal een bijdrage voor Volkskunde te schrijven, over de invloed van zulke verhalen op de Kirgizische bevolking. Het zou fijn zijn als dat lukt. Johan, wat denk jij?
Daarna gaat het naar de Seven Bulls, een machtige reeks rotsen in een al even betoverend landschap. Zeker wanneer je ze vanop een hoogte bekijkt. Rondom zie je het berglandschap, met in de verte de besneeuwde flanken van een zevenduizender. We bevinden ons hier trouwens voortdurend op minstens 1500 meter hoogte.
En dan moet de canyon van Jeti-Örgüz nog komen. We wandelen door de meest vreemdsoortige rotsformaties. Je kunt je fantasie er volledig op loslaten, want om elke hoek loert een ander dier. Iedereen ziet er iets anders in. Ik zie onder andere een sneeuwluipaard, enkele dwergen, maar ook een olifant. Of is het eerder een erotisch symbool?
Het is ondertussen wel bloedheet, maar zoveel moois doet je de hitte vergeten. En we hebben altijd water bij de hand.
Na een lange rit belanden we tussen de bergen op grote weilanden, waar een plaatselijke valkenier (al is dat niet het juiste woord) samen met een leerjongen een demonstratie geeft met twee steppearenden. Tenminste, als steppearend de juiste vertaling is van de golden eagle die Tatiana ons meegeeft. Gewoon indrukwekkend. De demonstraties van Planckendael zijn — hoe verdienstelijk ook — klein bier in vergelijking met wat we hier zien.
Hier wordt ook pijnlijk duidelijk hoe dun de draad is tussen folklore (in de Engelse betekenis van het woord, niet de Vlaamse) en fakelore. We worden uitgenodigd om met dikke jas en pet bovenop een paard een arend te ‘showen’. En showen is inderdaad het juiste woord. Even verstand op nul, blik op oneindig (wat hier in deze onmetelijke vlaktes echt niet moeilijk is), en gewoon genieten van het vertier. Des te meer wanneer — zonder erg — de Afghaanse jachthonden Ingrid en Marijke even tegen de vlakte werken.
Er valt nog zoveel te vertellen, maar waar houd je op? Ik zou ook kunnen schrijven over het eten, over de ontspannen sfeer in onze groep, over de slechte wegen — of over de wegen die worden aangelegd door de Chinezen, terwijl het de Bangla Deshi en Pakistani zijn die het echte werk doen. Aan de Kirgiziërs is niets gevraagd. Maar dat zou ons te ver leiden.
En dan nog de vraag: post ik te veel foto’s? Een punt van verschil. Maar vandaag kan ik gewoon niet anders. Het worden er veel.
Wij genieten in elk geval van elke dag. Ook op onze joertcamping. Een hemels verschil met de vorige joerten. Toen was het glamping (het woord valt me nu plots in). Nu is alles heel basaal: met een toilet en primitieve douche in een bijgebouwtje. Maar ook dat — of juist dat — is reizen in een land waarvan de naam op -stan eindigt.

Joert of niertransplantatie?
Zaterdag 19 juli 2025, Bokonbaevo, Kirgizië

Oef, eindelijk eens een rustdag. Dat wil zeggen: vandaag is het een transferdag naar Naryn. Maar wel eentje met de nodige tussenstops, uiteraard.
Gisterenavond wilde ik nog wat lezen in mijn joertbed met keiharde matras, maar zodra ik mijn e-boek opende, kwamen er enkele kleine zwarte kevertjes af op het – nochtans zeer zwakke – licht. Enkele zinnen gelezen en dan toch maar dichtgeklapt, want ik hou niet van kevers op mijn gezicht. Ik voel me helemaal geen Gregor Samsa uit Kafka’s Die Verwandlung. Daarna leek het alsof ik ze overal voelde kriebelen. Ik heb maar niets tegen Mie gezegd. En al bij al nog redelijk goed geslapen.
We zijn de dag begonnen met een zwempartij in het nabijgelegen meer Issyk Kul – ongeveer een derde van ons Belgenland groot, licht gezouten en kristalhelder water. Op de achtergrond: de majestueuze Tien Shan-bergketen met zijn besneeuwde toppen. Tatiana vertelde nog twee sagen, waarvan één duidelijk een historische oorsprongssage was.
Herman meldde een steenarend, waar ik me graag bij aansluit, want Merlin reageerde niet op het schelle gekrijs van de vogel. En wie ben ik om me op ornithologische paden te wagen?
Bericht voor Guy: de wagtail is hier wel alomtegenwoordig.
Wie wél reageerde was Jan, een oude lagereschoolmakker uit Marke, die nu ook fan is geworden van mijn geliefde Divna. Wie volgt hem? Je zal er geen spijt van hebben.
Het is dus een lange rit vandaag, met slechts occasionele stops. Een deel van de weg leidt uiteindelijk naar China. Daarom zien we ook heel wat vrachtwagens met Chinese auto’s – waaronder de “droomauto” BYD, die intussen ook bij ons vrolijk rondrijdt. In omgekeerde richting heel wat lege trucks: kwestie van de handelsbalans te treiteren.
Zoals in heel wat Afrikaanse en andere Aziatische landen zijn ook hier de Chinezen volop bezig met hun mannetjes en met het uitvoeren van werken. En dat al heel lang. Een nieuwe vorm van kolonialisme, want gratis doen ze het natuurlijk niet. Voor wat, hoort wat: grondstoffen, toegang tot markten, impliciete macht. Veel landen gaan erin mee vanwege de goedkope (wegen)infrastructuur.
We klimmen vandaag tot 3000 meter hoogte, via Kochkor over de Dolonpas naar Naryn.
En daar zijn we nu.
Van een doodgewone joert – met het toilet buiten en een douche waar geen water uitkomt – naar een luxehotel. It’s a small step for man (met de bus), but a giant leap to soft cushions. Vrije adaptatie van iets dat op 21 juli 1969 werd gezegd. Overmorgen al 56 jaar geleden.
Ik wou nog iets zeggen over de vaak foute interpretatie van “When in Rome, do as the Romans do”, maar dat bewaar ik voor morgen. Na de Kirgizische hutsepot van deze middag – een beetje Tierentijnmosterd had het gerecht geperfectioneerd – kijken we nu al uit naar de hamam van vanavond, in de spa van het hotel. Met dank aan ons stadje in de Ardennen.
P.S. 1 Bij joert stelt mijn spellingchecker niertransplantatie voor. Ik zie het verband niet.
P.S. 2 Nog wat mooie foto’s van de voorbije dagen toegevoegd met dank aan de medereizigers

A Magical Mystery Tour
Zondag 20 juli 2025, Naryn, Kirgizië

We rijden door gesluierde bergen naar onze volgende verblijfplaats in Kel Suu, zo’n 150 km, waarvan een groot gedeelte off road – en dat voel ik hier op mijn bank achteraan in de bus vaak dubbel. Die sluier over de bergen geeft de keten een soort magische aanblik, de voortdurende afwisseling tussen wat je ziet en wat tijdelijk onzichtbaar blijft of lijkt. Zeker als er hier en daar wat ezeltjes midden op de weg gaan staan. Zelfs Sancho Panza lijkt dan ineens heel dichtbij
Alles rondom ons is groen. En daarin zijn de tumuli (burial mounds) heel erg aanwezig. Maar net als bij ons zo goed als allemaal leeggeroofd en helemaal verstoord. Maar het blijven merktekens in het landschap uit een ver verleden die hier ook als een soort wegwijzers op de zijderoute dienstdeden.
En zo kom ik bij de vraag van Leila terecht om iets over de zijderoute te vertellen. Voor mij lijkt die in ieder geval minder aanwezig – tot nu toe – dan in Oezbekistan, waar je nog duidelijk karavanserais en etappesteden zoals Bukhara, Khiva of Samarkand hebt die overduidelijk aan die zijderoute refereren. Hier zijn de steden veeleer militaire etappes geworden en blijft niet zoveel van die Oezbeekse schittering over. Maar de soms overdonderende natuur maakt dat ruimschoots goed tegenover de grote zandbak die Oezbekistan is.
Nu, je weet dat ik tegen vergelijkingen ben, want dat neigt al snel naar verzadigd toerisme, al moet ik toegeven dat ik me daaraan ook af en toe bezondig: comparare humanum est, denk ik maar. En om dan toch een vergelijking te maken. De Toraja zouden er nog niet aan denken om een graf te schenden, want dit is pure schennis van het voorouderlijke geloof en meteen ook aantasting van de eigen normen en waarden. Maar dat is voor september.
Ondertussen zijn we in het hol van Pluto gestopt bij een mooi kerkhof. Mensen gaan het soms op de merkwaardigste plekken zoeken. Wij begroeven en begraven onze mensen dichtbij. We durven weleens de echte betekenis van het woord kerkhof vergeten. Een hof rond de kerk. Zoals bij ons nog in Waarloos. Een van de mooiste is echter het protestantse kerkhof van Horebeke, de geuzenhoek van Korsele, waar Abraham Hans is geboren.
Het regent ondertussen, maar dat neemt de betovering niet weg. Een schaapherder te paard met een kudde van honderden schapen – geen schrijffout! – trekt door het dal. En wat verder een voor mij middeleeuws tafereel. Een ganzenhoeder. Zo weg gestapt uit een schilderij van Breughel. Zelfs voor onze uitzonderlijke gids Tatiana is dat a one off, want ze heeft het zelf nog maar zelden gezien. Het is niet endemisch Kirgizisch, maar Slavisch. Zouden mijn ouders (°1920 & °1924) zoiets nog gezien hebben? Ik durf het te betwijfelen.
Aan een volgende stop zien we een zigzaggende weg naar boven. Blijkbaar een pad naar een exploratiemijn voor marmer. Net aan een eenzame joert, middenin een wei waar twee jonge kindjes spelen. Grootmoeder, zoon en kleinkinderen die hier tijdens de zomer verblijven omdat het in de hoofdstad veel te heet is. We mogen binnen in de joert, waar alle gebruiksvoorwerpen, dekens en tapijten aan de kant liggen. Fantastisch uitzicht, maar toch wel moeizaam leven, denk ik. Toch stralen die mensen levensvreugde uit.
Op onze verdere tocht zien we kuddes paarden, nog grotere kuddes schapen en geiten, maar ook marmotten. 
Normaal moest er dan een border control van de paspoorten volgen, bovenaan de 3400 meter hoge Kyndapas die verder naar het vlakbije China leidt, maar wij moeten rechtsomkeert maken, omdat modder de weg te gevaarlijk maakt. Kel Suu zal dus niet voor vandaag zijn en het reisprogramma wordt vlot aangepast en we zetten koers naar Tash Rabat. Onderweg passeren we de regio At-Basshi, wat zoveel betekent als paardenhoofd. Het woord paard vind je hier in heel wat namen terug. Het moge ondertussen wel duidelijk zijn dat zowel de Kazakken als de Kirgiziërs eenvoudigweg een volk van paarden zijn. Ze lijken wel geboren op een paard, het is als het ware hun fiets. En uiteraard hebben ze dan wel een zadel, maar soms is dat minimaal.
Na heel wat gehots en gebots komen we in Tash Rabat aan, een zijarm van de zijderoute waar zich een vermoedelijke karavanserai bevindt. Over vermoedelijk morgen meer. We zitten op 3530 meter hoogte en dat voel je onmiddellijk aan je adem. Alles kost iets meer inspanning. We zijn omringd door een bergketen die de tanden van de draak wordt genoemd. Zijn het dan die tanden die ons bij de de keel grijpen misschien? We zitten op onze plaats nu letterlijk tussen de bergen geprangd in een dal van de Kara-Kojon Gorge.
Iedereen krijgt een joert, maar omdat er er geen elektriciteit is, krijgen Mie en ik een superheet kamertje in het hoofdgebouw, zodat ik mijn CPAP kan aansluiten.
Mie gaat nog even wandelen en speelt wat (lach)volleybal met de plaatselijke jeugd.
Een vodkatoast, een verhaal over relocatie van Wolgaduitsers en lekker eten sluiten de dag af. Met Jan nog even de merkwaardige sauna in (foto volgt) en daarna vroeg naar bed.

Neen, doe niet altijd als de Romeinen, ook niet als je in Rome bent, want je zult je vaak hopeloos belachelijk maken. De kernzinnen van mijn cursus interculturele communicatie (ICC) waren: “Niet beter of slechter maar anders” en “Respect otherness”. Bij elke vorm van migratie kan en mag het de bedoeling zijn om je aan te passen en te integreren, ook al is het vaak uitzonderlijk moeilijk. Maar neen, je hoeft in Vlaanderen niet per se bloemkool te lusten of te eten. Net als ik (gefermenteerde) paardenmelk echt niet lekker vind – dat is zelfs een understatement. Het niet lekker vinden is niet hetzelfde als het aan je gastgever als slecht te betitelen. Overenthousiasme hoeft ook niet. 
Als toerist doe je dus best gewoon en volg je de lokale voorschriften met het nodige respect voor normen en waarden, maar zonder overdrijven. Je kan gewoon laten blijken wat je niet leuk of lekker vindt. Wees gerust, dat kan best wel.
En leg soms de nodige portie wantrouwen aan de dag bij wat toeristische gidsen schrijven. Volgens heel wat van die gidsen is (Gentse) waterzooi een nationaal gerecht. Elk jaar opnieuw vroeg ik mijn studenten wie in het afgelopen jaar waterzooi had gegeten. Alles na al die jaren samengeteld kwam ik niet eens tot tien. Maar kom je als buitenlandse toerist in Gent, dan word je haast verplicht om het te eten, waardoor gidsen dat ook blijven schrijven. Ook hier liggen folklore en fakelore echt dicht bij elkaar. Dus in Gent doen als de Gentenaars en waterzooi eten, creëert een totaal fout beeld van die stad. Het zou misschien juister zijn om hen “Mia” van Luc Devos aan te leren.
Vergis je verder niet, ik heb zelf niets tegen waterzooi, maar ik koop in Gent liever een potje mosterd van Tierentijn of ga eens horen of de “cuberdonruzie” al is opgelost. En o ja, een tip voor de Amerikanen, ze sluiten ‘s avonds de poorten van Brugge niet, dat was in de middeleeuwen.
Terwijl ik dit schrijf, besef ik weer hoe graag ik mijn vak (interculturele communicatie) heb gegeven. En hoe leuk het was om dat in illo tempore non suspecto samen met Magda Lanoote op het curriculum te zetten toen Vlaanderen er nog niet mee bezig was en wij de opleiding events project management uitvonden. Een geheime staatsgreep die we graag en met heimelijk plezier hebben uitgevoerd. Ik denk dat ik voor Magda kan spreken, we zijn er nog altijd trots op.
Maar we wijken af. Ik kan alleen maar vaststellen dat de belevenissen van vandaag echt wel op een magical mystery tour geleken. Net zoals de zijderoute dat waarschijnlijk ook altijd is geweest. Het bewijs hiervan zijn de vele volksverhalen en sprookjes die aan deze route kleven als de Kirgizische honing aan onze theelepel.
Vandaag en morgen geen wifi, een beetje afgesloten van de wereld. Verzending zal wat moeten wachten.

The mystery continues …
Maandag 21 juli 2025, Tash rabat, Kirgizië

Het is nationale feestdag vandaag. Zegt me niet veel. Des te meer dat het vandaag twee jaar geleden is dat mijn goede vriend Frank ons heeft verlaten. Geheel verwacht onverwacht. Na mijn fietstocht langs de dodendraad op 20 juli in de vooravond nog een uur bij hem geweest. Afgesproken voor de volgende dag, maar het bleek ons laatste gesprek. Hij is volgende morgen van os heengegaan. Vandaag ga ik luisteren naar de muziek die Ludo en ik hebben gekozen voor zijn “afscheidsfeest”, zijn maar ook onze lievelingsmuziek. We zijn met ons drietal samen op een paar honderd concerten geweest. Dag Frank, waar je ook bent.
Deze morgen zijn we gewoon door de wondermooie kloof vanaf onze hut naar beneden gewandeld. Zo’n goeie zes kilometer. Naast de flora is ook de fauna overweldigend aanwezig. Uiteraard de vele paarden en ook koeien, maar ook veel vogels zoals de gele kwikstaart, de waterpieper en de Western house-martin. Mie registreerde later wel tien soorten via de onvolprezen vogelapp Merlin, waaronder verder roodmus, fazant, boom- en graspieper, bonte strandloper, heggemus, wouw, kortteenleeuwerik, torenvalk, boerenzwaluw, ringmus, gierzwaluw, oostelijke gele kwikstaart, witte kwikstaart en Alpenkraai. En wonder boven wonder, ook de huismus.
Ook marmotten hebben bezitgenomen van dit landschap. In alle maten en gewichten, van baby tot dikke mannetjes. Soms zitten ze zoals stokstaartjes rechtop en speuren de omgeving af. En wie zegt dat Edelweiss een zeldzame bloem is, die is nooit in dit land geweest. Het lijkt hier eerder een gewoon bloempje. Ook gezien: de gele papaver die hier endemisch is.
We wandelen tot aan de drakentanden. Een reeks rotsen aan beide kanten van een dal die inderdaad een hele rij tanden voorstellen. En daarboven cirkelen majestueus een tiental gieren.
We bezoeken ook de waarschijnlijke karavanserai. Maar is het wel dat? Het kan ook een verdedigingsburcht zijn. Of wie weet, zelfs een religieus gebouw. In ieder geval een stevig bouwwerk dat minstens dertig kamers heeft en zijn geheimen blijft bewaren. Het enigma maakt het ook voor de archeologen interessant. Voor een karavanserai lijkt het te ver van de zijderoute te liggen, ook al beweert Leila van niet, omdat ze in Iran – het land waar ze is opgegroeid – blijkbaar net wel ver van de route afliggen. Ik voel me toch eerder aangetrokken tot de theorie van een verdedigingsburcht die daarna misschien wel meerdere en andere functies heeft gehad. En laat de archeologen en historici maar verder discussiëren.
In de namiddag gaan we vanuit ons kamp de andere richting uit. Omhoog. Tussen de weiden vol edelweiss en etende marmotten. Ze zijn bijlange niet zo schuw als in de Alpen en zien er vaak vol gemest uit, maar blijven foerageren om de volgende winter door te komen. Ver geraken we niet, want we moeten voortdurend de rivier oversteken en de stabiliteit is niet meer wat hij is geweest. Maar je geniet van de grootsheid van de bergen rondom je.
De rest van de dag lezen we en bezoeken we de toch wel aparte sauna. En vroeg onder de wol. In de joerten bleek het deze nacht ijskoud, zeker als je niet om kachelwarmte had gevraagd. 

3346
Dinsdag 22 juli 2025, At-Bashy District, Kirgizië

Twee dagen zonder wifi en eigenlijk bijna altijd zonder elektriciteit, waardoor de verslagen pas later komen. En daarom ook iets minder gecheckt op spelling. Wees barmhartig.
De aangepaste route zorgt al meteen weer voor een aangename verrassing. Op de weg naar Naryn stoppen we in Koshoy Korgon. Een versterking uit de tiende eeuw. Veel meer dan de omwalling schiet er niet meer over, maar de oppervlakte intra muros toont hoe groot die vesting wel was. Vanop die omwalling heb je een kijk op het omringende hooggebergte met heel wat besneeuwde toppen. Moet toen ook zeker veel indruk hebben gemaakt.
Vlakbij heb je een klein museum met artefacten die in de buurt van of binnen de muren van de burcht zijn gevonden of opgegraven. Naast een kast (met stenen handbijlen, messen en pijlpunten) die hetzelfde lijkt als onze verzameling in Kontich, heb je natuurlijk heel wat lokale cultuur. Merkwaardig zijn de petrogliefen (tekeningen die in steen zijn gekerfd). Ze stammen uit de Bronstijd en zijn werkelijk kleinoden. Het is een klein en duidelijk te weinig bezocht museum, ook al omdat die restanten van dat fort te weinig bieden. Maar daar valt duidelijk iets mee te doen. Er is nog werk op de plank voor het Kirgizische ministerie van cultuur. Via Naryn gaan we naar onze eindbestemming van vandaag. Makkelijker gezegd dan gedaan. We zijn van 3000 meter gezakt naar 2000 en gaan nu terug naar 3200 meter en meer. Langs diepe ravijnen. Adembenemend. En al zeker voor mij. In het busje lijk ik dan telkens naar de bergkant te neigen. Belachelijk natuurlijk, want stel dat …, ik vrees dat het mij niet zou helpen. Maar onze chauffeur Alex stuurt ons feilloos door de pas met al zeker een uitgebreide stop bovenaan de Moldo-Ashuupas. De vergezichten zijn moeilijk te beschrijven en ook te fotograferen. Je ziet de weg naar beneden slingeren.
Uiteindelijk komen we aan bij het meer Song-Kul. De vlakte errond wordt maar enkele maanden in de zomer bewoond. Maar dan ook ferm, met enorme kuddes paarden, koeien en uiteraard schapen. Hoe die allemaal weer in het dal geraken? Dat moet een enorme transhumance zijn. In ieder geval, zelfs de Kirgizische nomaden blijven hier niet, want de temperaturen gaan makkelijk tot – 20 Celsius. En het algemene jaargemiddelde is – 3,5 C. Maar het is wel heel mooi. Bradt noemt dit meer the postergirl of Kyrgyzstan.
Dan komt daar bovenop nog eens de zonsondergang. Moet er nog zand zijn? Of in dit geval edelweiss. Vergeet al het voorgaande, hier heb je er gewoon een veelvoud van, je kan niet anders dan ze plattrappen. Wat zou de familie von Trapp daarvan denken?
Uiteindelijk weer veel in de bus, maar ik hoor niemand klagen, want om elke hoek schuilt een verrassing. Dit onbekende land wordt vanaf nu door alle deelnemers (meer dan) bemind. 
Want als je denkt dat je alles hebt gezien, komt er meer.
De vraag uit de reacties i.v.m. de joerten. Die worden blijkbaar zeer snel, alvast binnen een dag, opgebouwd. Dat kan op een kamion. Vroeger was het een kameel. Uiterst praktisch en vooral ingenieus. Op de plaatsen waar we zijn geweest, worden de joerten tijdens de winter weggehaald. Het mag bovendien niet blijken dat elke Kirgiziër in een joert zou wonen. Dat is absoluut niet het geval. Of al zeker niet meer. Maar het woord is van Kirgizische oorsprong.

Het boek van Merete Lindstrøm is uit. Begonnen aan Limes van Luc Devoldere over zijn reis langs de grenzen van het Romeinse rijk. Heel toepasselijk eigenlijk, want ook wij tasten hier voortdurend grenzen af. Hij begint aan Hadrian’s Wall. Met Guy, Lieve en Mie hebben we die ook ooit afgestapt. Was heerlijk. Ooit gebouwd om de Picten buiten te houden, maar een Schot vertelde mij dat hij heel blij is dat de muur nu de Engelsen buiten houdt. Ik hoor zo Flower of Scotland in mijn hoofd met snerpende bagpipes en zingende Scotsmen.
Met Luc en Fre heb ik overigens elke blokperiode aan de univ in Middelkerke in een mooie villa van Fre’s familie doorgebracht. Volop gestudeerd en bruingebrand waren we klaar voor onze examens, eerst aan de KULAK, daarna in Leuven.
Samen ook naar Venetië, waar we wegens ontbrekende middelen toen beslisten om niet naar het concert van McCartney en Wings op San Marco te gaan. Een stomme fout en een unieke kans gemist.

Net niet opgestookt
Woensdag 23 juli 2025, Ak-Talaa District, Kirgizië

De zon is al eventjes op. Het is nu halfzeven in de ochtend. Ik zit buiten met zicht op de joerten en voor mij het uitgestrekte meer, waarin je meerdere lagen blauw kunt herkennen. Op wat vogelgefluit (een strandleeuwerik) na is het hier volledig stil. Goed om even te bekomen van de veel te korte nacht. De zon warmt me langzaam op, al is dat eigenlijk niet nodig.
Voor mij staat een blauwe deur die hier zomaar verloren staat en nergens heen leidt. Of misschien juist wel — als symbool voor deze reis. Je opent de deur en ontdekt een nieuwe wereld die zich voor je ogen ontvouwt. Steeds weer een nieuwe kijk op andere dingen, of een andere kijk op nieuwe dingen. De deur is nu dicht, maar ze kan elk ogenblik weer opengaan.
Rond een uur of negen kwam men onze kachel aansteken in de joert, waardoor het al behoorlijk warm werd. Maar rond één uur ’s nachts kwam iemand die kachel bijvullen. We waren allebei te laat om te zeggen dat het niet hoefde. Onze tent veranderde stante pede in een sauna, waarin niet te slapen viel. Van de koude op 3000 meter hebben we in ieder geval niets gevoeld — wel integendeel. Dan maar vroeg opgestaan en een verkwikkende douche genomen. Benieuwd wat de dag ons nu weer zal bieden.
In ieder geval een foto van Mie in een veld vol edelweiss, alsof het simpele boterbloemen zijn.
Wel weer iets heel speciaals: Kokboru. Een merkwaardige sport, een ruwere versie van polo te paard. Oorspronkelijk afkomstig uit Afghanistan (Buzkashi). Twee teams ruiters betwisten een karkas van een geit — nu een leren zak van 20 à 25 kilo. Die zak moet naar een doel worden gebracht. Het gaat er ruw en wild, maar toch fair aan toe. De behendigheid op de paarden is indrukwekkend. Soms hangen de ruiters helemaal ondersteboven op hun paard. Halsbrekende toeren op een galopperend dier. Fake? Neen, toch niet. Het betreft wel een demonstratie, maar het spel is echt, en ze spelen alsof hun leven ervan afhangt. Een ruiter tuimelt van zijn paard en wordt onmiddellijk omringd en verzorgd door de andere ruiters. Hij maakte toch wel een flinke smak. Uiteraard hoefde dat niet voor ons, maar het toont de verbetenheid waarmee werd gespeeld. Het is geen opsomming van trucjes.
Hun speelveld ligt op een prachtige locatie: een grote open vlakte tussen bergen, met op de achtergrond het meer. Heel wat anders dan de terreinen van Kontich FC of zelfs de Bosuil.
We genieten in ieder geval met volle teugen van de strijd, die eindigt met een gezamenlijke fotosessie. Ondertussen is een kleine jongen met bril — hier eerder een uitzondering — de show aan het stelen. Hij neemt alle poses en posities in op zijn paard en toont daarmee aan dat de Kirgiezen werkelijk op een paard geboren zijn. Onze fiets is hun paard — ook al is dat een manke vergelijking.
Nog wat tijd om te lezen vooraleer we naar onze voorlaatste bestemming trekken. Via de Kalmuk-Ashuu-pas op 3447 meter rijden we naar Kochkor, met onderweg weer geweldige vergezichten, af en toe een vuil toilet, en vooral hobbelige wegen. We zakken tot ongeveer 1800 meter. De laatste 40 kilometer zijn dalend en op asfalt.
Misschien nog niet gezegd, maar we voelen de hoogte toch wel. Je wordt wat kortademig en de hartslag gaat wat omhoog. Maar aangezien we hier niet zijn om olympische prestaties neer te zetten, gaat het eigenlijk best goed.
Wel verrassend dat we best wat Vlamingen tegenkomen, en haast geen Nederlanders. Meestal is het omgekeerd. Maar natuurlijk: het is nogal ver om met hun volgeladen sleephuis naar hier te komen. ‘Best wat’ betekent trouwens niet meteen massatoerisme. Behalve aan dat ene meer in Kazachstan gaat het telkens om kleinere groepjes.
Mijn baard wacht ondertussen op een Kirgizische barbier.

Van Blankenberge en Knokke
Donderdag 24 juli 2025, Kochkor, Kirgizië

“Reizen is een privilege. Het is niet alleen een kwestie van tijd kunnen nemen om zich te verplaatsen, maar ook van geld hebben om uit te geven”.
Neen, dat zijn niet mijn woorden, maar een stukje uit de column van Nadia Nsayi vandaag in De Morgen. Nsayi heeft samen met Els De Palmenaer (vriendin en collega in het Olbrechtsgenootschap) de prachtige tentoonstelling 100 x Congo in het MAS gecureerd. Ze heeft natuurlijk overschot van gelijk. Dit geldt ook voor deze reis, maar het zijn uiteindelijk mijn geld en mijn tijd die me de kans geven om dit te doen. Twintig procent van onze landgenoten hebben die mogelijkheid niet. Of zelfs nooit. Nsayi voegt er wel nog aan toe: “Het is uiteraard niet mijn bedoeling om reizigers een schuldgevoel aan te praten. Reizen is een manier om te ontspannen, te genieten en te herbronnen. Iedereen verdient zulke momenten in het leven. Maar het kan geen kwaad om dat privilege te erkennen en dankbaarheid te voelen.”
Ook in deze uitspraak kan ik me vinden. Ik zou er nog de werkwoorden ontdekken en ervaren aan toevoegen. Met als kernwoord nieuwsgierigheid. Maar het is zeker geen afwijzing van de wereld vlakbij. Ik wandel en fiets genoeg met Marc en Guy door ons land om te weten hoe mooi het wel is. Van Bachten de Kupe over de Zwalmstreek en de Kempen tot de Voerstreek en de Hoge Venen: het zijn maar enkele stukjes die de schoonheid van ons landje benadrukken. En ook die wil ik blijven bezoeken.
Vanmorgen hebben Mie en ik een ochtendwandeling door het dorpje gemaakt. Ons guesthouse ligt aan een aarden weg, met een veelheid aan huisstijlen. Van onverzorgd tot netjes, van klein tot groot, maar allemaal goed afgeschermd door een serieuze poort en hekken. De reden is me niet helemaal duidelijk. Volgens Dirk een overblijfsel uit de Sovjettijd, om toch nog iets privé te hebben in de communistische oceaan van gemeenschappelijk bezit. Maar het zou evengoed kunnen zijn om hun schapen binnen te houden.
In de verte gloort een gele Lada. Zelf hebben we nog drie Lada’s gehad. Jawel, drie. We hebben nooit echt kunnen testen of het een goede wagen was, want alle drie perte totale gereden. Bij de eerste was er nog een manivelle om hem op gang te zwengelen in de winter.
Collega Roger Roger op het Sint-Ritacollege – hij heette echt zo en zei dat het een grapje van zijn vader was – vatte het zo samen: “Als Catteeuw naar de garage gaat, vragen ze niet: ‘Waarvoor is het?’ maar gewoon: ‘Welk kleur moet het deze keer zijn?’”
Ik herinner me nog de mysterieuze naam van de garage: Gamakobie. Nooit geweten wat het betekende.
Tijdens onze ochtendwandeling zie je ook de plaatselijke mensen die hun schapen uitlaten. Of hun ramen lappen. Of gewoon een babbeltje slaan.
Ondertussen horen we weer andere vogels: de ringmus, de palmtortel en de barmsijs sp. Wat die toevoeging sp. daarbij komt doen, weet ik niet.
Geen moskee gezien, maar Marleen is verder het dorp ingedoken en vond wél de moskee en het cultuurhuis uit de Sovjetperiode. Ze kan ook makkelijker contact leggen, omdat ze vloeiend Russisch spreekt.
We rijden naar Balykchy aan het Issyk-Kulmeer. Het Kirgizische equivalent van Blankenberge, Benidorm of Brighton. (Tiens, waarom beginnen al die namen met een B? Zou daar een systeem achter zitten?) Hier neemt de lokale bevolking vakantie. Kijk naar de foto’s, meer commentaar hoeft niet.
We moeten aan de spoorweg even wachten omdat een aftandse goederentrein wat manoeuvres maakt. We staan er op minder dan een meter vandaan. Een jongetje legt een muntstuk op de rails en krijgt een plat stukje metaal terug. Waar is de tijd?
Overigens opvallend dat je nauwelijks sluiers ziet. Wel gewone badpakken en hier en daar een bikini. Het toont de relaxte houding van de Kirgiezen tegenover hun godsdienst.
Het water is zo blauw dat het eerder appelblauwzeegroen is. Leila zegt dat ze het woord wel kent, maar dat het veel te lang is om het te gebruiken.
Ondertussen zijn we in Knokke – sorry, Karven – aangekomen. Dit is een luxe resort. Dus weer dezelfde beginletter. Nu is het wel zeker: hier zit een systeem achter. Want Cannes schrijf je wel met een c, maar uiteraard spreek je het uit met een k, want die Fransen kunnen nog altijd niet serieus spellen. Hun goeie vrienden van over het water trouwens ook niet.
Dit allemaal maar om te zeggen dat het contrast tussen voor- en namiddag niet groter kon zijn. Daar tussenin zou passender geweest zijn, maar door ons flexibel programma is het nu zo.
Ondertussen is het wel snikheet geworden. Straks zal het zwembad wel voor afkoeling zorgen.

Het staat in steen geschreven
Vrijdag 25 juli 2025, Chon-sari-Oy, Kirgizië

Je moet me niet geloven, maar als moslimland is dit toch wel heel uitzonderlijk. Hooguit een drietal keer een imam gehoord. Gesluierde vrouwen zijn een absolute minderheid. Op dat gebied steekt Antwerpen Kirgizië naar de sluier – sorry, kroon. Nog geen enkele boerka gezien. De laïcisering is hier echt wel ver en goed doorgedrongen. Geen enkele reden om dit land niet te bezoeken.
Dat werd gisterenavond nog eens onderstreept in ons luxeresort, tijdens een bezoek aan het spagedeelte. Een zwembad van vijfentwintig meter – op zich niets bijzonders – maar zowel vanuit de hamam als de sauna, voor mannen én vrouwen, heb je een perfect zicht op dat zwembad via de glazen cabines. Het zijn als het ware loges, van waaruit je de zwemmers in zwemkledij zoals wij die gewoon zijn, voorbij ziet komen. Open en bloot. Niks sluiers of lichaamsbedekkende kledij.
“Een goede methode om inzicht in het heden te krijgen en vragen te stellen over de toekomst, is het terrein met eigen ogen te bekijken – dat wil zeggen: te reizen. En dat wil zeggen: zo langzaam mogelijk.”
Dat laatste is zeker het geval, want we staan stil in de file op weg naar onze laatste bestemming: Bishkek, de hoofdstad van Kirgizië. Het is het begincitaat uit een boek van David Kaplan, dat moeiteloos aanknoopt bij wat ik gisteren schreef. En het herinnerde me aan een citaat van Mark Twain dat ik al eens heb gebruikt, maar hier graag herhaal:
“Travel is fatal to prejudice, bigotry, and narrow-mindedness, and many of our people need it sorely on these accounts.
Broad, wholesome, charitable views of men and things cannot be acquired by vegetating in one little corner of the earth all one’s lifetime.”
Deze reis heeft ons alvast enkele vooroordelen over moslimlanden doen verdwijnen. Binnen de moslimwereld is er net zoveel verschil als binnen de christenwereld – om maar één ding te noemen. Van fundamentalisme hebben we hier niets gezien. Integendeel zelfs.

Deze ochtend zijn we naar het nationaal museum van de rotstekeningen gereden. Op een open veld van veertig hectare liggen duizenden rotsblokken, waarvan heel wat inscripties vertonen die teruggaan tot de vroege bronstijd. Het gaat vooral om steenbokken (ibex), maar je ziet ook een occasionele sneeuwluipaard, enkele honden en een kameel. Daarnaast ook mooie afbeeldingen van herten en uiteraard jagers. Bij een eerste blik zie je soms haast niets, maar bij nader toezien komt de tekening toch tevoorschijn. Tijdens de Sovjetperiode heeft men trouwens sommige stenen behandeld met een product om ze beter te bewaren, maar dat had eerder een nadelige uitwerking.
De wandeling gebeurt onder een loden zon, en stilaan komt de veertig graden in zicht. Onze passen worden steeds langzamer. Bij deze temperaturen komen we thuis ons huis niet uit.
De bus brengt verkoeling, maar onze volgende stop biedt op dat vlak geen verbetering: de toren van Boeran. Die staat op de werelderfgoedlijst van UNESCO, maar het terrein ligt er wat onverzorgd bij. De toren, eigenlijk een minaret, dateert uit de tiende eeuw. Nu blijft er nog zo’n goede twintig meter over van wat ooit dubbel zo hoog was. De trap binnenin is heel smal, met hoge treden, en niet ongevaarlijk. Bovenaan heb je een uitzicht over de streek die vroeger een stadje was, maar blijkbaar helemaal werd bedolven bij een aardbeving.
In het museumpje vlakbij vind je artefacten die in de buurt gevonden zijn. We vluchten er haast naar binnen omdat er airco is.
Maar toch moeten we opnieuw de koperen ploert trotseren om het museumveld met grafstenen te bekijken. Het zijn zogenaamde Ottomaanse balbals: stenen figuren die herinneren aan strijders of hoogwaardigheidsbekleders. Ze komen uit alle streken van het land en vormen hier een museaal geheel. De precieze betekenis blijft onzeker.
De hitte is ook in mijn benen geslagen, en daarom laat ik het voor vandaag hierbij.

Warm, warmer, heet
Zaterdag 26 juli 2025, Bisjkek, Kirgizië

Dit is het laatste verslag van deze toch wel uitzonderlijk boeiende reis.
Laat me beginnen met de melding dat het snikheet was. Jacotte zou zeggen dat mensen van onze leeftijd best binnenblijven, veel water moeten drinken en ook best geen (zware) inspanningen leveren. Toch trotseren we de warmte en bezoeken we de markt. Ze verkopen er uiteraard ongeveer dezelfde zaken als in Almaty. En toch is het weer anders: same same but different. Deze markt is gewoon overdekt, maar verder toch weer netjes. Wat we hier wél zien, is een gangetje waar ze sjiektabak verkopen. Het is wel geen tabak, maar het heeft toch dezelfde functie. Tatiana zegt dat we hier best geen foto’s nemen, maar uiteindelijk blijkt dat toch niet zo moeilijk. Ze “werken” gewillig mee.
De enorme vleesafdeling ziet er ook heel proper uit en het uitgestalde vlees lijkt kwalitatief erg hoogstaand. Alsof ik een kenner ben van vlees.
Deze markt ligt in het midden van de stad en lijkt ook een ontmoetingsplaats. Maar ook hier vindt de overheid dat er iets moet gebeuren: ze willen de markt verhuizen naar de rand van de stad. Je voelt aan alles dat dit een verkeerde beslissing is, maar op dat gebied lijken alle landen op elkaar.
In de daaropvolgende stadswandeling worden de stappen zwaarder en de stops onder schaduwrijke bomen veelvuldiger. Vanonder die bomen zie je de vele bouwwerken die van Bishkek een moderne stad moeten maken. Het valt echter te betwijfelen of dat altijd smaakvol gebeurt, maar natuurlijk: de gustibus et coloribus…
We zien onder andere Lenin, met achter hem de enorme vlag van het land, die een nieuw aanzien heeft gekregen op bevel van de huidige president. In de omtrek bevinden zich een aantal officiële gebouwen en ministeries. En ook een standbeeld van twee in Kirgizië verdwaalde Duitsers: Karl Marx en Friedrich Engels. Aan die twee figuren hangt nog een persoonlijke anekdote vast. Mijn oud-collega en reeds vernoemde Roger Roger – die nooit verlegen zat om een bon mot – zei dat Catteeuw ook, naast Duits (wat ik toen gaf), ook Marks en Engels kon. In de volgende jaren heb ik hem een foto gestuurd uit Berlijn, bij de twee vernoemde heren.
Voor de niet-ingewijden: Marke is mijn geboortedorp en het dorp waar ik mijn hele jeugd heb doorgebracht, vooraleer ik samen met Mie mijn missie in Kontich en Antwerpen aanvatte.
Daarna nog even een shoppingmall bezocht en me laten scheren om proper thuis te komen. En dat was het dan.
Maar voor ik mijn pen neerleg, wil ik toch nog even een ander onderwerp aansnijden. Ik zag de cartoon die ik bij de afbeeldingen heb gestopt. Ook hier ontsnap je niet aan de waanzin in Gaza. Ik heb heel wat jaren gegidst in de oude Dossinkazerne en samen met mijn studenten voor een vertaling van de catalogus van het museum Haus der Wannsee-Konferenz in Berlijn gezorgd, en mij altijd de Joodse zaak aangetrokken. Maar zwijgen kan niet meer. Veel van de foto’s die in de Dossinkazerne hangen, kun je gewoon vervangen door beelden van vandaag uit Gaza. Maar het doet die criminele bende in Tel Aviv niks. En ook niet onze westerse leiders. Meer zelfs: elke uitspraak die tegen die waanzin ingaat, wordt als antisemitisme gezien. Zoals Omer Bartov, Holocaustkenner, terecht opmerkt: het verwijzen naar het eigen slachtofferschap lijkt een vrijbrief om een ander volk te slachtofferen.
Neen, niet alle Israëli’s zijn haviken. Maar ook niet alle Palestijnen zijn Hamasstrijders. Hoeveel doden moet je hebben om van een genocide te spreken? Dat is gewoon semantiek. En ik heb de woorden getto en concentratiekamp nog niet gehoord in deze context. Toch zijn er overmatig veel punten van vergelijking.
et concept mensenrechten heeft een totaal andere invulling gekregen. En ook nu kijken de leiders van de westerse landen weer weg. Net zoals in de jaren dertig. Er is zelfs een partij in Vlaanderen die ijvert voor de onafhankelijkheid van Catalanen en Schotten, maar die warm en (vooral) koud blaast als het over de Palestijnen gaat. 
Ik wil het daarbij laten, maar het moest toch even van mijn hart.
Tot slot.
Dit was een fantastische reis waarbij we in volle openheid stukjes van twee landen en hun multi-etnische bevolking hebben leren kennen. We wisten haast niks van land en bevolking, en we pretenderen niet dat we nu alles weten. Maar de kleine en losse eindjes die we met elkaar konden verbinden, hebben ons de gelijkenissen en de verschillen getoond. Niet beter, niet slechter, maar gewoon anders. En zo is het goed.
Met dank aan mijn reisgenoten voor het aangename gezelschap en de boeiende gesprekken. En hún foto’s. Dank ook aan mijn trouwe lezers en hun reacties. Maar uiteraard ook dank aan Leila Besharat voor de organisatie van deze reis.
Als je ooit naar Centraal-Azië wil, dan is er maar één adres: persianareizen.be.