Reisverslag door: Paul Catteeuw
Zaterdag, 30 december 2023 – De ark van Noah
Zoals altijd is zes uur opstaan voor een gepensioneerde – en zeker op een zaterdag –veel te vroeg. Maar … reizen doen we niet voor ons plezier, zegt een vriend van ons. Of toch? Een halfuurtje later zijn we al op weg naar Zaventem. Vrije baan op een haast lege snelweg. Naar Armenië. En er is even de tijd om vandaag aan mijn vriend Jan te denken. Hij zou vandaag zeventig zijn geworden, maar koos vier jaar geleden voor een andere weg. Hij is nog altijd bij ons. Telkens weer.
Armenië dus. Niks voorbereid, ik laat alles op mij afkomen. Kerstmis en oudejaar. Ja, ook Kerstmis, want in Armenië vieren ze Kerstmis op een latere datum. Genoeg stof om erop terug te komen. We zijn er klaar voor.
De vliegtuigreis is in die zin merkwaardig dat enkel wij toeristen zijn. In het bomvolle vliegtuig zitten niks dan Armeniërs uit de diaspora die naar “huis” gaan om Nieuwjaar en Kerstmis te vieren. Dat betekent meteen ook dat er ontzettend veel kleine kinderen en zelfs huilbaby’s aan boord zijn. Waarschijnlijk heel wat peuters en kleuters die voor het eerst in hun leven de Armeense grootouders gaan zien. In levenden lijve dan toch. Vandaar ook het luide applaus bij de landing. Dat was lang geleden. In de diaspora leven minstens zeven miljoen Armeniërs, in het land zelf zo’n drie miljoen, waarvan 1,2 miljoen in de hoofdstad Jerevan.
Net voor de landing krijgen we nog een prachtig zicht op de bijbelse berg Ararat. Hier zette Noah ooit voet aan grond nadat de ark was gestrand. Stenen neem ik niet mee uit Armenië, maar mocht ik een stuk wrakhout zien liggen …
We rijden door de fel in licht aangeklede stad naar ons hotel. De kerstperiode is hier duidelijk het feest van het licht. In hoeverre het hier met de winterzonnewende te maken heeft, weet ik niet, maar het is in ieder geval feeëriek.
Wegens drie uur voor zijn we ineens acht uur ’s avonds en gaan we onmiddellijk eten. Allemaal Armeense gerechten waarvan ik jullie de naam bespaar, maar die erg lekker zijn. Net als de wijn. En de boeiende gesprekken aan tafel. En Armeense muziek op de achtergrond die algauw enkele vrouwen aan het dansen zet. Als gepatenteerde muurbloem doe ik natuurlijk niet mee.
En zo zit de eerste dag erop. Morgen is het Sint-Silvester en staat ons heel wat te wachten.
Zondag, 31 december 2023 – Jerevan
Met ontbijt op de vijftiende verdieping en dus uitzicht op Jerevan en de omringende bergketen die wel in nevel is gehuld. Morgen krijgen we een andere kamer met een breder bed.
We zijn klaar voor een bezoek aan de stad.
Naar – al dan niet loffelijke – gewoonte is mijn verslag vooral een neerslag van indrukken. Ook nu verwijs ik voor feiten naar Wikipedia of vooral naar medereiziger Lut die op Polar verslag uitbrengt. Of naar Dirk die volgend jaar zijn boek over de Sovjet-Unie uitbrengt. Interessant is het in ieder geval, want de geschiedenis van dit brugland is complex.
Onze gids vandaag is Sona, spreek uit Sonia. Ze heeft minstens twee Duracellbatterijen ingeslikt, en neen het is zeker geen Duracellkonijn, maar een excellente gids. De batterijen slaan op de hoop informatie die we te verwerken krijgen in meer dan uitstekend Engels. Het is een onophoudelijke warme golf over dit mooie land en deze mooie hoofdstad die ons overspoelt. Heerlijk, wanneer alles zo duidelijk en eenvoudig is. En het verveelt ook niet dat ze de hele tijd vol enthousiasme ons groepje van negen op sleeptouw neemt. Ze vertelt ook heel open over Nagorno-Karabach.
Jerevan is een moderne stad die toch nog wel wat aan de vroegere Sovjet-Unie doet denken. Niet enkel qua architectuur, maar gewoon ook omdat bijna alle opschriften in het Armeens en het Russisch zijn. Dat Armeense alfabet is overigens iets speciaals. Negenendertig tekens die soms hard op spijkerschrift lijken en dus totaal onleesbaar zijn voor ons, mensen die denken dat enkel ons alfabet het enige ter wereld is. Neen, dus.
We wandelen door deze moderne en zeer propere stad. Ik had geen verwachtingen en toch lijkt deze stad anders dan ik (niet) had verwacht. Op onze tocht worden we langs heel wat hoogtepunten geleid. Onze eerste stop is een criée, een overdekte markthal. In enkele delen opgesplitst. Het eerste gedeelte bestaat uit tientallen kramen met alle mogelijke soorten gedroogd fruit dat aan Turks fruit doet denken, maar Armeens is geenszins Turks. Knoop dat in je oren. Via een trapje en een gedeelte waar schoenen en kleren worden verkocht, kom je in de groente- en fruitafdeling. Alles heel vers en uiterst mooi en hygiënisch voorgesteld. De kopers zijn voornamelijk mannen. Twee verklaringen. Ofwel doen de mannen hier de boodschappen. Ofwel doen ze nu vandaag op oudejaar de boodschappen omdat de vrouwen thuis aan het koken zijn. Gender bevestigend? Of net niet? Er worden in ieder geval kilo’s groente en fruit naar buiten gesleept. Ook kaas die er anders uitziet dan bij ons. Hij lijkt in sommige gevallen meer op spaghetti dan op kaas. Net zoals het brood dat meer op zeemvellen lijkt dan wel op brood.
We zijn nog vroeg, want er liggen hier nog wel vele tientallen kalkoenen, honderden kippen en ook een speenvarkentje op gewillige klanten te wachten. Hier wordt duidelijk veel en goed gegeten. De prijzen zijn overigens relatief hoog bij de inkomsten van de Armeniërs, maar armoede zien we voorlopig niet.
Van daar gaan we door de stad naar het grote beeld van Moeder Armenië boven op een heuvel. Het toont meteen dat de Armeniërs hun tijd ver vooruit waren met hun eerste transgenderoperatie. Waar nu het grote beeld van Maria staat, stond vroeger het beeld van Stalin. Die is echter verdwenen. Hij werd eerst onthoofd. Het beeld werd dan gesmolten en omgebouwd tot een jonge strijdvaardige vrouw. Stalins hoofd werd niet gesmolten. Het kwaad moet je apart leggen. In een museum. Bij zijn collega Lenin. De vrouw die er nu staat torent boven de stad uit en kan je hier en daar zien als een soort beschermheilige. Ze is gemodelleerd naar een jonge vrouw die de kunstenaar in de stad zag.
De wandeling loopt langs de cascade. 572 trappen die hoog en laag Jerevan verbinden. De klim is voor later. Aan de voet is een soort mini Middelheim, de Cafesjian collectie beeldhouwwerken met onder andere drie beelden van Botero. Er is wel wat beweging, maar het is heel makkelijk om voor te stellen dat het hier in de zomer erg druk moet zijn op de terrasjes die het plein omzomen. Nu beperken we ons tot een Irish coffee om de kilte uit ons lijf te krijgen. Echt koud krijgen we het wel niet, want de wandeling brengt ons van het ene monument naar het andere. En ook Sona warmt ons op met de vele verhalen die ze onophoudelijk over ons uitstrooit. Ja, van Aznavour wist ik dat hij van Armeense afkomst was, van Cher wist ik dat niet. Ze komt uit de Armeense diaspora, haar echte naam is Sarkisian. Wegens herhaald ombouwen – eerst door Sonny, daarna door plastische chirurgen – is zij in tegenstelling tot Moeder Armenië nog nauwelijks herkenbaar.
In het midden van het Franse plein staat er ook een eerder klein beeldje van Rodin plompverloren alleen te zijn. Een geschenk van Sarkozy. Het moet de vele auto’s trotseren die er voorbij zoeven. Zelf kun je er niet bij wegens te gevaarlijk. Het beeld van Katschaturian is wel dichterbij. Nog een grote naam waarvan ik niet wist dat hij Armeniër was, hij was opgegaan in de grote Sovjetbrij, maar wist met zijn Sabeldans toch de wereld te veroveren.
Porsches, Land Rovers en ander moois zoeven ondertussen voorbij. De Armeniërs uit de diaspora komen terug voor Nieuwjaar en rijden hier rond alsof ze in Knokke zijn. Neen, in Kontich zie ik weinig dergelijke voertuigen. En toch is de stad meerlagig. In het souterrain dat naar het plechtstatige station leidt, vind je vooral “vluchtelingen” uit Nagorno Karabach die hier een stalletje hebben.
Ook nog langs andere gebouwen gelopen en zelfs even binnengeglipt in een beluik waar de wereld er plots heel anders uitziet. Een enorm contrast met het Plein van de Republiek waar de verlichte gebouwen het hele plein in een kerstsfeer onderdompelen.
Tijd om ons klaar te maken voor oudejaar. We zijn er rap bij dit jaar. Drie uur sneller dan jullie in Belgenlandje.
Maandag 1 januari 2024 – Du jamais vu. Maal twee of drie
Mijn grootste ontdekking was gisteren Komitas. Een man die bij de werkende bevolking vroeger tot drieduizend volksliedjes heeft opgetekend. Niet met een bandopnemer (voor de jeugd: ouderwetse dictafoon), maar met en papier. Liefst onopgemerkt om de melodie zo puur mogelijk te registreren. Zou Hubert Boone (Brabants Volksorkest en een Vlaamse Komitas) deze ongelofelijke schat aan muziek kennen? Een echte aanrader op Spotify.
Oudejaar vierden we in een guesthouse. Bij een familie. Een kwieke mama die moeiteloos wodka achteroverslaat. Net als haar twee zonen, speciaal naar huis gekomen om mee te vieren. Een zoon studeert in Dublin, de andere in Praag.
Zelf mogen we dolmades en brood klaarmaken. “We” betekent in dit geval de anderen. Ik hou het bij een gesprek met Ann (neen, niet Mie, maar een andere Ann) dat onder andere over Volkskunde en aanverwante onderwerpen gaat. Zij heeft nog vaak interviews afgenomen van mijn leermeester en vriend Stefaan Top voor het Radio 2-programma Koffers en C°.
Eten en drinken zijn de hoofdzaak van de avond. De wijn is eerder licht en voornamelijk zoet. Het hoofdbestanddeel van de hapjes bestaat uit verscheidene soorten groente. Allemaal erg lekker.
Er wordt ook een toostmeester aangeduid, een tamada. Hij leidt de ceremoniële speeches. Wij doen het elk om de beurt. Het mag niet verwonderen dat dit jaar de vredeswensen de wensen voor gezondheidswensen overtreffen. Mochten alle wapens toch maar zwijgen. Niet enkel Gaza of Israël, maar ook in Oost-Congo, Soedan, Jemen, Myanmar en andere streken waar niets ontziende oorlogen woeden. Ook de Armeense enclave Nagorno-Karabach die het dit jaar zo zwaar te verduren had.
Om twaalf uur een glaasje champagne en we zijn alweer een jaar verder. Alles in een zucht voorbij. Op kousenvoeten word ik dit jaar 68, waar zijn die 67 vorige jaren naartoe.
Slapen maar en dromen van een vrede volle toekomst. Ook al loeren zwarte beesten om de hoek. Zelfs met gekleurd haar.
Om half elf opnieuw onderweg. Voor een dag met impressionante hotspots. Met een eerste stop aan een boog met terras waar je een prachtig uitzicht hebt op Ararat: the h(e)aven of the ark seen from an arch. De grote Ararat is 5165 m hoog, de tweede piek 3125 m. Nu allebei Turks grondgebied, maar meer Armeens dan Turks. Ararat is inderdaad de plaats waar Noah vastliep en de beesten losliet. Nu lopen er hier nog rond: de Kaukasische en Iraanse luipaard, de lynx, wolven, bruine beren, 23 soorten slangen (waarvan vier giftig), jakhalzen. Ik vraag me wel af hoe die olifanten van hier in Afrika zijn geraakt.
Volgende stop is de kerk van Geghard. A stunning place. Versteend van de verstomming. Waarom die woordkeuze? Wel die kerk, eigenlijk drie kerkjes. Eentje tegen de rots aan gebouwd. En twee uit de rots uitgehouwen. Je loopt van de ene kerk in de andere. Een van die kerkjes is echt wel indrukwekkend. Niet enkel de ruimte aan zich is uitgehouwen, maar er zijn ook vier pilaren waarrond men de rotsmassa heeft weggehouwen. Ronduit indrukwekkend. Dat zijn ook de vele inscripties en uitgehouwen kruisen. Dat Armeense kruis van de allereerste christelijke gemeenschap ziet er ook anders uit. Het is de combinatie van een kruis en een levensboom die tegelijkertijd het einde, maar ook het bloeiende leven symboliseert. Met oneindige slingers die de eeuwigheid weergeven. Dit heb ik nog nooit gezien. Heel speciaal. Haast niet te begrijpen dat dit mogelijk is. Blijkbaar is daar meer dan vijftig jaar aan gewerkt. In de dertiende eeuw. Dat betekent dus heel primitieve werktuigen. Hoe speelden ze het klaar? Vooral die pilaren.
Een tweede hoogtepunt was ook du jamais vu. De Symphony of Stones. Een ongelofelijke rotsformatie. Net alsof rotsen in orgelpijpen tientallen en tientallen meter naar beneden vallen. Moeilijk om te beschrijven en moeilijk om te fotograferen. Een must-see in het echt, heel overweldigend.
Het middagmaal eten we in een lokaal restaurant waar ze ons ook tonen hoe het Armeens (zeemvellen) brood, lavash, wordt gebakken. Naast de granaatappelwijn (erg zoet en zogezegd 18%) eten we het beste varkensvlees dat ik in jaren heb gegeten. Erg succulent. Varkens zullen hier nog erg natuurlijk naar de slachtbank en ons bord worden geleid.
We eindigen die volle dag bij de Grieks-Romeinse-Armeense tempel Garni. Prachtige ligging met de bergen op de achtergrond. Vooral de lucht en het licht van de zonsondergang zijn echt wel indrukwekkend en doen denken aan wat we onlangs in de Himalaya hebben gezien. Maar vergelijken wil ik verder niet. Gewoon kijken en genieten. Net zoals van de pint en de wodka bij aankomst.
Een lang, maar uiteindelijk nog veel te kort verslag om deze mooie, zonrijke dag te beschrijven. Maar de bedstee roept. Nog wat slaap in te halen. Of nee toch, eerst nog wat lezen. Annette Hess met Deutsches Haus, interessante roman over de verwerking van het Auschwitzdrama. Een aanrader.
Dinsdag 2 januari 2024 – abc x 3
Onze gids is onvolprezen, onze encyclopedische Sona. Ze lijkt alles te weten en op elke vraag feilloos het antwoord te kennen. Gidsen die altijd maar doorratelen, gaan rap vervelen, maar bij Wikisona is er geen gevaar. Ze verveelt niet en lost alles met charme op.
Dat kan ook gezegd worden van ons al even onvolprezen reisbureau Persiana (https://persianareizen.be). Ze hebben voor een uitgekiend en boeiend programma gezorgd. Het is tegelijkertijd hard als obsidiaan en zacht als hummus, naargelang de vraag en de noodzaak. Ze brengen ons waar we moeten zijn en zorgen voor de juiste begeleiding. Gratis reclame natuurlijk, maar wees gerust die “pers” in hun titel staat al helemaal niet voor afpersen, maar om er voor ons, moeilijke toeristen, alles uit te persen. Gewoon super. Dus, als je naar Armenië, Georgië of Oezbekistan wil, één adres. Jammer genoeg wordt Perzië op dit ogenblik wel uitgeperst, zodat we er niet naar toekunnen. Maar zodra het kan, zal Leila – zelf uit Iran – wel voor een programma zorgen. En een goeie gids die je zelfs elke morgen mag kussen, dus if you want to kiss the guide, travel Persiana.
Met ons comfortabel busje rijden we naar het Sevanmeer. De weg gaat omhoog, het Kaukasusgebergte in. Langs de paar honderd trappen klimmen we omhoog met als resultaat een schitterend uitzicht op het grote meer en het omliggend gebergte. Maar de collateral damage van deze klimtocht is nog beter. Twee kerkjes en een ruïne van een kerk zorgen alweer voor een staat van verrassingsopwinding. Het kerkje dat we bezoeken is van de negende eeuw en doet – naar onze westerse normen – erg romaans aan. Binnen heerst er een haast gezellige warmte. Maar we worden ook verwelkomd door een iconostase van Iraanse oorsprong, een gift van de Armeense gemeenschap in Ispahan. Mij bevalt vooral de fantastische grafsteen (17e eeuw) in basalt met de mooie ingegrifte figuren en gebeurtenissen uit het leven van Christus. De os en de ezel zijn aandoenlijk mooi en lijken haast op konijntjes, maar ze doen geen afbreuk aan de rest van het afgebeelde verhaal. Dit kerkje doet me denken aan de schoonheid van de wondermooie kapel in het Sloveense Hrastovlje met de danse macabre. Ondanks alles – of is het misschien dankzij – heeft het christendom in al zijn vormen zoveel mooie relicten van cultureel erfgoed bezorgd. Je wordt er blijgezind van.
Het middagmaal in een klein dorpje met een ander kerkje eenzaam op een al even eenzame heuvel is ook nu van uitstekende kwaliteit en herinnert ons eraan dat vlees ook anders kan smaken dan wat wij gewoon zijn. Het veelbelovende dessert met pumpkin valt wat tegen, Halloween is dan ook allang voorbij.
Op weg naar het skioord met de moeilijke naam Tsaghkadzor vertelt Sona ons nog het een het ander waar ze ’s morgens al mee was begonnen. Al van in de kleuterklas leren de Armeense kleuters drie alfabetten: het (totaal onleesbare) Armeense, het Cyrillische en het Romeinse. Vrij snel leren ze ook Russisch en Engels. Ook schaken is een schoolvak. Hoe zou het zijn met hun Pisaresultaten?
Een wandeling in het skioord leert ons dat je hier vooral kunt leren skiën op blauwe en rode pistes. Zachte hellingen die zakken tot 1900 meter.
Dat we ’s avonds tot aan de Russische bar geraken, maar er niet in, hoeft ons uiteindelijk niet te verwonderen, maar bederft de pret niet. De beer is niet thuis, dus gewoon terug naar Jerevan om lekker te eten en te leren tellen. Wat kan het leven (van een toerist) mooi zijn. En nu is mijn kaars uit.
Woensdag, 3 januari 2024 – Oude schoenen
Goh, dit land houdt echt niet op ons te verbazen. Op allerlei vlakken. Natuur, cultuur, tradities, eet- en drinkcultuur. Om elke hoek schuilt een nieuw stukje natuur. Soms rustig, soms woest, soms vlak, soms overweldigend. Af en toe komen de rotsen op je af. En dan zijn er weer diepe kloven. Op “door god vergeten” plaatsen staat dan een klooster(tje) mooi te wezen. (Kan je het woord godvergeten nog gebruiken zonder aan misbruik in de kerk te denken?)
Mijn zus wees me erop dat ik bijna de hemel prijs voor alles wat het christendom ons gaf. En dat als geus van de familie, denk ik dan. Maar het is natuurlijk waar, we bezoeken hier zoveel cultureel erfgoed dat ontstaan is door en na de kerstening. Tegelijkertijd moeten we ons afvragen tegen welke kost voor de gewone bevolking. Zowel hier als bij ons. Neemt niet weg dat ook ik een kind ben van die cultuur en dat ik die cultuur ook in mij wil opnemen. Volgens minstens een van mijn kinderen stopten we vroeger bij elke kerk, kerkje of kapel van Frankrijk en hebben we de helft van alle Franse kerken gezien. Hij overdrijft, het was hoogstens een derde …
En of je het nu wil of niet, onze/mijn vorming is christelijk en ze heeft me ook bijgebracht om (beter) te begrijpen wat ik zie en hoor. En ik verwijs opnieuw naar mijn vriend en leermeester Stefaan Top die aan de kunsthistorici steeds meer de bijbel moest uitleggen om kunst, in casu schilderkunst te begrijpen.
Toch nog even terug naar gisteren. Tijdens onze rit door een troosteloos stukje komen we plots het dorpje Gagarin tegen. Dat is vrij recent. Het verhaal is als volgt: toen Chroesjtsjov op werkbezoek naar het Sevanmeer kwam, merkte hij op dat nergens een dorp naar Joeri Gagarin was genoemd. Ze antwoordden hem dat hij net een hazenslaapje aan het doen was toen ze er passeerden. Ondertussen werd ervoor gezorgd dat er bij zijn terugkeer borden stonden met de naam Gagarin. En sindsdien is er zo’n dorp. Het klinkt als een grap, maar het blijkt echt te zijn. Op die plek zie je nu nogal wat restanten van troosteloze en verlaten kolchozen.
Wat ik tot nu toe ook ben vergeten is de steeds weer terugkerende granaatappel. Overal vind je hem terug als symbool van de vruchtbaarheid. Vaak kun je hem ook uitgeperst drinken aan kraampjes. Maar meestal vind je hem terug op de stone crosses die je bij elk kerkje vindt.
Onze eerste bestemming is het Khor Virap klooster. Fantastisch mooi gelegen. Hier werd Gregorius dertien jaar in een diepe put in verzekerde bewaring gehouden, maar uiteindelijk zorgde hij voor de kerstening in Armenië. Hierdoor werd Armenië het eerste land dat het christendom in de derde eeuw als staatsgodsdienst aannam. Dus voor het Romeinse Rijk. Met die Gregorius is natuurlijk van alles gebeurd, wat natuurlijk niet anders kan, want anders zou het geen heilige zijn. Kijk maar eens hoe hij door twee beenhouwers(haken) wordt gemarteld.
Het kerkhof aan de voet van de heuvel toont ons een andere begrafeniscultuur op gebied van zerken. Heldendom lijkt hier op sommige graven aan de orde. De beelden spreken voor zichzelf. Het oorlogsverleden en -heden is hier natuurlijk debet aan.
De locatie van de kerk is ook wel uniek, omdat je hier op het grensgebied met Turkije zit. Een soort niemandsland met wachttorens maakt dit maar al te duidelijk.
Nog duidelijk is verder de grens met Nakhchivan, een deelgebied of grote exclave van Azerbeidzjan. Een explosieve grens, want de Azeri’s willen een corridor vanuit hun moederland, wat ooit wel eens het zaadje van nieuwe agressie zou kunnen zijn. De grensbewaking gebeurt door Armeniërs en Azeri’s, maar ook door Russische peacekeeping. Voor zover dat geen contradictio in terminis is. Nu, de situatie is hier zo ingewikkeld dat ik naar het toekomstige boek van Dirk moet verwijzen om uit dit kluwen wijs te raken. Je zou hier kunnen spreken van een niet neutrale neutraliteit op dit ogenblik. Toch blijven de Armeniërs hun tradities en feesten in ere houden. Uitstekende bewakers van hun christelijke cultuur, omringd door moslimlanden met uitzondering van Georgië.
In Areni krijgen we naast een fantastische maaltijd – alweer – vier soorten wijn geserveerd. Het is een afgelegen dorpje dat we door de contacten van Leila bezoeken. De hoofdweg slaat hier plots om in een aardeweg. We zijn ver verwijderd van het haast mondaine Jerevan. De ooievaarsnesten krijgen we er gratis bij.
De volgende stop is het klooster van Noravank. Opnieuw een juweeltje tussen hoge rotswanden. De timpanen zijn prachtig gegraveerd met zeer verhalende beelden. Ook god is afgebeeld, wat een grote uitzondering was. Zondigen tegen de regels kan altijd, biechten ook.
Maar deze streek heeft meer te bieden. Grotten geven sinds een goeie vijftien jaar hun geheimen prijs dankzij de incidentele vondst van een leren veterschoen van vijfduizend jaar oud. Opeenvolgende opgravingen tonen bewoning aan tot minstens 6000 jaar en zelfs tot de homo erectus. En erectus is net iets wat ik in deze grot niet overal kan doen zonder mijn hoofd te stoten. Van hoofden gesproken, vriend Maarten Larmuseau zou hier nog goed dna-werk kunnen verrichten met de gevonden schedels.
Ook hier zijn we weer verbluft door de kwaliteit van de gids, zowel qua inhoud als qua taal. Ze is linguïste en heeft Russisch en Engels gestudeerd, maar zegt het als een politiek statement liever in de andere volgorde. In de grot worden we gevolgd door een rosse poes. Zou die bescherming bieden voor de millennia oude artefacten, vooral kruiken? En buiten worden we begroet door een herdershond die blijkbaar genoeg had van het eerste deel van zijn woord en op doortocht gewoon bij de grotten is blijven hangen. Het zal er goed zijn.
We komen in het donker terug in Jerevan aan en genieten van een rustige avond.
Donderdag, 4 januari 2024 – Van cognac, mensen en andere dingen
Ook vandaag kan ik alleen maar schrijven: wat een dag. Qua diversiteit kan dit tellen. Eerst een cognacstokerij, dan twee musea en tenslotte een balletopvoering. En als je verneemt welke musea, dan zul je wel begrijpen waarom het zo divers was.
De morgen beginnen met cognac, normaal lijkt dat niet zo’n goed idee. Maar hier in Armenië is alles mogelijk. Zelfs een ratelende gids die ons alweer in uitstekend Engels door de cognacstokerij loodst. Supermodern bedrijf en heel mooi gepresenteerd. Je verwacht het niet onmiddellijk, maar toch is het zo. We proeven twee cognacs – alhoewel je dat woord eigenlijk niet mag gebruiken – van drie en zeven jaar. Ook daar – misschien wel een beetje onverwacht – superlekker. Ik weet wel, op reis smaken heel veel dingen lekker(der). Mocht je alle halfvolle of zelfs onaangebroken flessen ouzo, becherovka en andere reisdranken in België op een berg gooien, dan hebben we er ineens, mits sneeuw, de grootste skipiste van België bij. Nochtans waren ze op dat Grieks strand met de voeten in het water of op het Wenceslasplein zo lekker. Neen, deze cognac is echt lekker en zal dat ook thuis zijn. Een goede verstaander begrijpt me.
Vandaar gaan we naar het genocidemuseum. Van contrast gesproken. Dat het woord genocide onlosmakelijk met Armenië is verbonden, was duidelijk, maar hoe, wat en waar is me niet bekend. Ik weet niet goed hoe ik dit moet aanpakken. Het probleem is zo oneindig complex en het gevaar bestaat dat je dingen verkeerd ziet of vergeet of fout neerschrijft. Dus wat volgt, is een amechtige poging van een bezoek dat een diepe indruk heeft nagelaten. Het refereert meteen aan Breendonk, Dossin, Auschwitz, Sachsenhausen, Buchenwald, Dachau, Theresienstadt, Khatyn en alle andere plaatsen die ik ooit heb bezocht en die me alleen maar getoond hebben dat mensen tot het slechtste en het verschrikkelijkste in staat zijn. Homo homini lupus. En de vraag blijft me achtervolgen. Waarom? Waarom toch?
Dit is slechts een armoedige poging om enkele cijfers op een rij te zetten en om na te denken over de verschrikkelijke misdaden tegen de menselijkheid en de Armeniërs. In de eerste golf van 1896 werden 300.000 mensen vermoord, bij de Holocaust van Adana kwamen er nog eens meer dan 30.000 bij en in de grote genocide van 1915 nog ettelijke tienduizenden, zodat we nu tot een historisch acceptabel cijfer komen van anderhalf miljoen slachtoffers van deze totaal zinloze mensenslachtingen. De redenen hiervoor – die overigens alle totaal onterecht zijn – waren onder meer religie, relocatie en turkificatie. Ook de Koerden – nochtans geen vriendjes van de Turken – hielpen flink mee. Naast die moordpartijen had je ook nog de deportaties en de duizenden en duizenden vrouwen die tot slaven werden herleid (het verhaal van Aurora Mardiganian). Heel veel gebeurde in naam van de machtshonger van het Ottomaanse rijk, zoals ook nog in 1922 de complete verwoesting van het Griekse Smyrna dat nu het Turkse Izmir is geworden en waar een miljoen Grieken werden geslachtofferd. Armenië werd in die Turkse uitbreidingsdrang tot minder dan de helft herleid. Deze turkificatie hield ook de dematerialisering van bijvoorbeeld christelijke gebouwen in. Het kon niet ver genoeg gaan. Maar voor de Turken is dit geen genocide.
Toch is dit museum sober en sereen en laat misschien net daarom een diepe indruk na. De chronologische muur is een goed overzicht van het gebeurde. Het museum is minder overladen dan de Dossinkazerne, waarin je je soms verliest in een teveel aan materiaal, maar waarmee ik hier geen afbreuk wil doen aan de opzet in Mechelen.
Buiten heb je rond de vlam en het teken van eeuwigheid een mooi monument dat toch weer de hoop symboliseert.
Je bent er weer even niet goed van en toch gaat de dag verder. Daarom dat het woordje even hier toch op zijn plaats is. Desalniettemin staat het museum nu in mijn geheugen gebrand. Opnieuw een stipje dat aanzet om net het tegenovergestelde te doen, de boodschap van vrede en verdraagzaamheid te blijven uitdragen en te blijven hopen dat het ooit anders zou kunnen zijn. Voor onze kinderen en kleinkinderen.
Tot slot, ook hier hulde aan de uitstekende gids. In onberispelijk Engels bracht ze moedig dit moeilijke verhaal – een beetje en sourdine – aan onze moeilijke groep. Met moeilijk duid ik hier op de interesse en de stroom aan soms moeilijke vragen.
Maar zoals gezegd, de dag gaat verder en we bezoeken het manuscriptenmuseum Matenadaran. Op de trappen eerst nog naar een bruidje gekeken met een – voor mij althans – onmogelijk kleed met lange sleep. Het museum oogt heel sovjet, maar de verrassing binnen is des te groter. Een weelde aan prachtig verluchte manuscripten die teruggaan tot de vijfde eeuw. Het museum telt 17.000 van die manuscripten, waarvan slechts één procent wordt tentoongesteld. In het verleden zou haast zeventig procent zijn verloren gegaan. Het gaat wel degelijk om Armeense manuscripten. Heel veel foto’s genomen, te veel om allemaal te tonen.
Dit is een mooi voorbeeld om de herwonnen nationale identiteit te tonen na de Sovjet-Unie. Wij kunnen er alleen maar blij mee zijn. Onze alweer schitterende gids blijft ons daarop wijzen en brengt dit in oorsprong dode materiaal op een fantastische manier weer tot leven. Waar blijven ze hier toch die fantastische gidsen vandaan halen?
’s Avonds volgt dan De Notenkraker van Peter Tsjaikovski in de Opera. Met groot orkest en zeer veel dansers. Er zijn heel veel, zelfs zeer jonge kinderen aanwezig. Het is natuurlijk wel een stuk dat voor kinderen geschikt is, maar toch lijken de Armeniërs het belangrijk te vinden om hun kinderen zo snel mogelijk met de muziek- en balletcultuur in contact te willen brengen. De meningen in onze groep zijn zeer verdeeld. Ze gaan van Bolsjoi-niveau tot démodé en de moeite niet waard. Ik hou het gewoon bij: het was schoon en braaf. Over het niveau van de dansers kan ik niets zeggen, wegens nul procent ervaring op dat punt. Het orkest was uitstekend.
We hebben nog een gesprekje met een koppel mannen in de opera. Een Belgische Nederlander die in Verviers woont en zijn Russisch-Oekraïense vriend. Ik onthoud een zin over Rusland: Wie niets vraagt, slaapt beter en wie iets vraagt, komt in de goelag terecht. Gewoon een wit bord (helemaal wit of met een vraagteken) ophouden is al een vraag.
We sluiten de avond af met een “Belgian blonde” in het café met de naam Dors. Moet wel een Kortrijks café zijn, want in het dialect van Overleie wordt de t weggelaten. Dors is dus de mooie schrijfwijze van het Kortrijkse “dus”, “K’è dus”, betekent dus gewoon: ik heb dorst. Wat een mooi dialect, toch? In ieder geval, het was tijd om de dag te overschouwen en de extremen van de bezoeken nog eens te bespreken.
Vrijdag, 5 januari 2024 – Blessed are the meek
Wat een zalig museum, The Historical Museum of Armenia. We hebben maar een uurtje. Maar alleen al hierom zou je willen terugkeren. Want we hebben niet genoeg tijd om alles rustig in ons op te nemen. Een van de pronkstukken is natuurlijk de leren schoen van de grot van Areni, die we een paar dagen eerder bezochten. Maar er is zo veel meer moois. Van de vroegste tijd tot en met de tapijten die in de twintigste eeuw zijn gemaakt. Het is een overzicht van wat er in Armenië allemaal is gebeurd en gemaakt. Een veruitwendiging van de Armeense identiteit. Voor de Armeniërs is dit wel degelijk een ernstige zaak. Er is een zaal gewijd aan Arzagh ofte Nagorno-Karabach. Maar hoe je het ook draait of keert, de streek is ondertussen niet meer Armenië. Een kort vraagje aan de vrouwelijke suppoost levert een diepe zucht op. Je leest op haar gezicht de diepe ontgoocheling af.
Het zal niet zo gauw meer veranderen. Want Armenië met zijn drie miljoen inwoners is zelfs iets kleiner dan België en wordt/werd veel te gemakkelijk door de rest van de wereld vergeten. Ze zitten in een militaire alliantie met Rusland. Niet omdat ze het willen, maar omdat ze zo kunnen verhinderen dat Azerbeidzjan tot die alliantie zou toetreden en daarna misschien opnieuw een oorlog met Armenië beginnen om die corridor met Nakchivan te bewerkstelligen. En op die manier zou Armenië nog maar eens inkrimpen. En dan te bedenken dat het land ooit zich uitstrekte van de Middellandse Zee tot aan de Kaspische Zee.
Dit museum is deels een getuigenis van dit verleden met prachtige voorbeelden van de uitstekende producten van ambachten zoals goudsmeden. Schitterend werk, maar jammer genoeg te weinig tijd om al dit moois in extenso te bewonderen. En morgen is het museum dicht wegens Kerstmis. Jawel, Kerstmis is hier op 6 januari.
Onze laatste volledige dag gaat verder op een overdekte markt met prachtige glasramen en het uitzicht op een druilerige morgen. Regen, je verwacht het niet meer na al die dagen mooi weer, maar dit zal de aanpassing naar ons gewoon leven in ons luxe kikkerlandje aan de Noordzee helpen verzachten.
We rijden naar de oude kathedraal van Zvarnots. Vernield door aardbevingen en Arabieren. Nu UNESCO, de restanten ademen wel uit hoe groots dit moet zijn geweest. De verbindende tocht naar de huidige kerk van de heilige Hripsime is vrij kort. In een crypte ligt de Sint-Hrispime in al haar heiligheid te geuren. Kan natuurlijk niet anders, met de vele bloemen die haar omringen binnen dit kleine lokaal.
Mechanants is een soort academie voor Armeense volkskunst en dergelijke. Een rare snuiter heeft daar een soort kunstencentrum van gemaakt, waar minder bemiddelde kinderen of kinderen met een beperking terechtkunnen om te schilderen, te boetseren, … Het hele zaakje is echt wel een beetje gek, met een nationalistisch tintje. Maar zot zijn doet geen zeer, zeker.
Tijd om naar de mis te gaan. Oh my god. Aangezien de hoofdkerk gesloten is wegens restauratiewerken moeten we uitwijken naar de kleine Sint-Gayane. Buiten de kerk staan opvallend veel mannen. Iedereen – ook de vrouwen – zijn in het zwart gekleed. We zoeken een staanplaats uit in de overvolle kerk, waar de vrouwen wel aanwezig zijn en voornamelijk de schaarse banken bezetten. Aangezien ik met mijn 1,84 m werkelijk boven iedereen uittoren, heb ik in de tijd tot aan het begin van de mis rustig de tijd om rond te kijken. En inderdaad, het cliché van de brede haakneuzen klopt grotendeels. Opvallend. Even opmerkelijk is het feit dat op een enkeling na niemand een bril draagt. Allemaal lenzen? Neen, dat kan niet. De Pearles en Hans Andersens van deze wereld blijven hier beter weg.
De dienst zelf is zeer verschillend van wat bij ons gebeurt. Uiteraard verstaan we er geen lap van, tenzij af en toe woordjes zoals Jericho en Israël. Op vrij monotone manier, maar met krachtige stem wordt het scheppingsverhaal voorgelezen. Ook de zang is vrij monotoon, met een antifoon van drie priesters die van een soort rol hun muziekscore aflezen. De priesters dragen kappen die hen vanachter gezien op KKK-mannen doen lijken. Ik vermoed dat ze toch wel iets zachtzinniger zijn. Van de gelovigen wordt weinig meer verwacht dan luisteren en af en toe een kruisteken maken (precies hetzelfde als bij ons) en amen te zeggen. Veel vrouwen dragen een sjaal om hun haar te bedekken. Sommige daarvan hebben religieuze motieven.
Hoogtepunt van de avond is natuurlijk de komst van de Armeense paus, catholicos Garegin de Tweede. (Zou hij een verre nazaat zijn van Gagarin?) Een man met een vriendelijke lach die wordt opgehaald door wel tientallen priesters die in rij een baan door de kerk moeten waden om achteraan te raken. De kerk wordt nu echt overvol. Je mag er niet aan denken dat hier paniek zou uitbreken, want er zijn echt wel heel kleine kinderen van een jaar of vijf zes aanwezig. Er blijft volk bijkomen. Garegin baant zich zegenend een weg naar voor door handoplegging en passeert op een halve meter van mij zomaar voor mijn neus. Ik kan in het voorbijgaan een vrij goed beeld nemen van de catholicos en de mensen rondom mij kijken bewonderend naar het prentje. Zou je dit kunnen verkopen? Zoals de handelaars in de tempel van Jeruzalem zo’n goeie twee millennia geleden? Foei, stoute gedachte.
Tegen de stroom in gaan we naar buiten en moeten werkelijk echt moeite doen om tussen die mensenzee verder te raken. Voor het zingen de kerk uit? Wel, hier lijkt dat meer de gewoonte, je blijft niet per se voor de hele dienst binnen. Het gedeelte met de voorhang die opengaat maken we niet mee. Behalve Leila die zich toch nog eens van een weg naar voor weet te verzekeren.
Eigenlijk is dit toch wel – en ik bedoel het zeker niet negatief – een eentonige bedoening. Eenrichtingsverkeer met heel veel woord en weinig zang. Ik had eerder Grieks-orthodoxe gezangen verwacht, maar het zijn vrij eenvoudige melodieën – enigszins wat op gregoriaans gelijkend – die voor wat afwisseling zorgen. Meer niet. En toch is de beleving onder de Armeniërs zeer sterk. Religie en moeilijke omstandigheden gaan vaak hand in hand. Dat is ook hier het geval, tenminste dat denk ik, want je verstaat echt geen lap van wat ze zeggen. Het Armeens is namelijk een aparte tak aan de Indo-Europese boom. Geen enkele link.
Ons laatste absoluut weer lekkere avondmaal gebruiken we in die merkwaardige academie. Ook nu weer sluiten we onze avond af in “kafeetje dus”. Morgen nog wat bezoekjes en dan het vliegtuig op naar België, waar blijkbaar strenge kou wordt verwacht.
Zaterdag, 6 januari 2024 – Dansen op een nieuw begin
Deze morgen opgestaan met het grandioze uitzicht op de Ararat. De vorige dagen was hij ’s morgens in nevel gehuld, maar vandaag toonde hij zich in volle zon in zijn majestueuze grootsheid. Kort op de hielen gezeten door zijn iets lagere broertje. Wat een heerlijk gezicht om de dag te beginnen. Meer moet dat niet zijn.
We gaan te voet naar de kathedraal Sint-Gregorius-de-Verlichter. De hoofdkerk in Jerevan, we zetten verder waar we gisteren zijn gestopt. De dienst is nu met de voorhang open. Deze kathedraal is veel groter dan de kerk van gisteren. De gezangen zijn hier nu ook een stuk mooier, maar het is wel nooit polyfoon. Onze paus Garegin de Tweede is helemaal uitgedost en houdt een lange lezing uit een bijbel die door twee priesters wordt voorgehouden. Langs de ene kant heb je een devoot publiek, maar anderzijds stappen ze hier ook binnen en buiten. Een man heeft zijn hele hebben en houden in drie plastic zakken voor zijn voeten staan. Of ze doen een praatje, of ze telefoneren even. Heel anders dan in de katholieke kerk. Maar toch weer heel weinig interactie. Zelf doe ik een praatje met een Armeniër die wat Frans kan. En met een Duits-Armeense jongen. Geboren in Stuttgart en nu in Jerevan voor familie- en kerkbezoek. We blazen voor het einde de aftocht. Het is goed geweest. We kunnen er weer voor even tegen.
Vandaar brengt de bus ons naar het museum van Sergei Parajanov, een Armeense cineast die een moeilijk leven van jarenlange gevangenschap, reisverbod en censuur heeft meegemaakt. Zijn huis is nu een museum met heel wat merkwaardige dingen. De man heeft – buiten zijn films – vooral collages gemaakt. Daarvoor gebruikte hij het meest onmogelijke materiaal dat hij tegenkwam. Uit een leren reistas wordt een olifant geboren (of is het toch weer een girantefant?). Uit aluminiumdopjes van melkflessen maakte hij tijdens zijn lange gevangenschap medaillonnetjes. Zelfs het Laatste Avondmaal vind je er terug. Een van de merkwaardigste exemplaren voor mijn collectie. Het is daarom ook vreemd dat er een foto hangt, waarop zowel Poetin als Loekasjenko als bezoeker van dit toch wel merkwaardige museum staat.
Buiten zie ik het nationale voetbalstadion van Armenië, wat mij doet beseffen dat De Witte Duivel een week echt buitenspel stond. Van een Armeense jongen (naast ons op het vliegtuig) die in Brussel studeert, vernemen we dat het land zowel aan het EK als het AK deelneemt. Heel raar. (Achteraf opgezocht en dit klopt dus niet.)
We worden met de bus afgezet aan de ons bekende Place de la République. We krijgen er nog een kleine verrassing bovenop. Op een plein voor de kerk zijn er jongeren (ik schat tussen 18 en 30 jaar) massaal aan het volksdansen. Ik weet dat het woord bij ons ondertussen een negatieve wollensokken bijklank heeft (gekregen), maar dit is echt iets anders. Het gaat om reidansen op Armeense muziek. Het lijkt eenvoudig, maar is het niet. Ik zou althans over mijn voeten struikelen. De muziek is vaak langzaam, dan weer opzwepend, maar in ieder geval heel ritmisch. En wanneer minstens driehonderd of misschien wel vierhonderd jongeren zo spontaan en enthousiast dansen, kun je moeilijk van een ouderwetse bedoening spreken. Wel integendeel, het oogt fris en zelfs modern. Het doet me spontaan aan Estland denken waar die cultuur ook bestaat en identiteitsbevestigend is. Nieuwe (alhoewel oude) staten en/of volkeren tonen bewust of onbewust een levende cultuur. Al was het maar om te bewijzen dat ze bestaan. Voor het langs alle kanten bedreigde Armenië is dit maar al te duidelijk.
Een tweetal liederen werden luid meegezongen en leken nationalistisch, maar ik kreeg dat niet bevestigd. Een wat oudere man stond bij dat lied in ieder geval met gestrekte arm en gebalde vuist langs de zijkant. Er waren ook enkele dansen die enkel door de jongens/mannen werden uitgevoerd. In twee rijen/reien dansen ze naar elkaar toe en voeren een soort schoudercharge uit. Een schijngevecht? Er doen bovendien ook enkele jonge militairen mee. Het is dus iets waar iedereen spontaan aan meedoet en niet zomaar een occasionele happening, want je ziet dat die paar honderd jonge mensen die vaak toch wel ingewikkelde danspassen perfect beheersen. Een jonge kerel leidt hierbij de dans. Je herkent hem aan de vod waarmee hij zwaait. Af en toe doet hij ook enkele passen alleen. Het enthousiasme is groot.
Ik hoor vooral een soort doedelzak en een panfluitachtig instrument. Ook dat zijn natuurlijk elementen die op het volkse karakter van dit evenement wijzen.
Ik sla een praatje met Arsen, een Armeense universiteitsstudent die nog dampt van de inspanning. Zijn verhaal wordt later bevestigd door Rafaël. Die dansen worden in scholen en onder jongeren aangeleerd en daarna spontaan uitgevoerd. Echt een fantastisch staaltje van levend immaterieel erfgoed. Mijn volkskundig hartje maakt een sprongetje van geluk dat dit nog kan. Het is spijtig dat video’s op Pindat niet kunnen, want op foto’s zie je slechts statische afbeeldingen van dynamische cultuur.
In opperbeste stemming gaan we nog iets eten. Solyanka is de naam van de superlekkere soep met overvloedig kleine stukjes lamsvlees. Je doet er zure room (of was het eerder yoghurt?) bij en ook wat citroen. Ja, echt waar, citroen bij soep. Die laatste maaltijd op Armeense bodem is heel lekker.
En dan is het tijd om naar de luchthaven te gaan. Kontich wenkt. Met tussenstop in Zaventem. Wat moe, maar gelukkig sluit ik hiermee mijn verhaal en deze fantastische reis af. Met dank aan Leila en Persiana.
Een mooi slot van een nieuw begin, want morgen komen onze zeven kleinkinderen hun nieuwjaarsbrieven lezen.
Met dank aan: Paul Catteeuw

