Met dank aan Luc De Ceulaer voor zijn mooie verslag en warme indrukken
September 29, de wekker rukt ons uit onze slaap, we maken ons klaar en rijden richting Zaventem. Een dik half uur te vroeg, komen we in de vertrekhall van de vlieghaven en genietend van een cappuccino wachten we op de andere deelnemers van onze trip naar … Uzbekistan. We bekijken en commentariëren de tientallen voorbijgangers. Eerst verschijnt Peter, gevolgd door Daniella en dan volgt de rest, Fred en Vera, Ludgard en Herman, onze leidster, Leila met Jan en tenslotte Annie en Mieke. Gezien Francis met medische problemen heeft moeten afhaken, is zo ons clubje volledig.
We wandelen naar de incheck, waar net te laat, Annie de foute positie van haar powerbank ontdekt, zodat haar valies, voor de inscheping, moet ontdaan worden van deze “bom”. Bij de controle blijken metalen knieën en ijzeren ritsen een persoonlijke controle op te leveren.
Nog even langs de paspoortcontrole en dan lopen naar de D37, waar we nog wat wachten tot de inscheping kan beginnen. We mogen dan in de vlieger en zitten allemaal op 2 rijtjes bij elkaar.
Istanboel is de landingsplaats waar we een 3 tal uren later rondlopen op weg naar de volgende bestemming., Tashkant. De hoofdstad van Uzbekistan. Een stadje dat op een paar jaar van enkele honderdduizend inwoners naar 5 miljoen inwoners is geëxplodeerd en waar honderd en meer meter hoge gebouwen als paddestoelen uit de grond komen, maar waar alles vlotjes en netjes verloopt.
Aldaar pikken we onze bagage op en met het georganiseerde busje rijden we naar de Holliday Inn. Het is ondertussen 03:00 am en we hebben niet veel nodig om even alles te vergeten.
De nieuwe morgen is al direct een mooie verassing, een buffet om U tegen te zeggen en een mooi terras waar we genieten van het zicht op het park met skyscrapers in de achtergrond.
Het is nu al vlug 10:00 u en we krijgen bezoek van onze lokale gids, Nazira. Met haar wandelen we naar het Hilton hotel waar we een wisseltruk uitvoeren in het ad hoc bankkantoor. Even wachten, want ze gaan maar open tegen 11:00u. Geladen met enkele milioenen stappen door de nieuwe stad waar hoogbouw omgeven van veel groen troef is, richting metro. De laatste zomer, met 50° C, heeft voor wat extra irrigatie inspanning gevraagd en dat is gelukt.
Na een fotoshoot met een groepje Buchara madammen komen we bij de Metro. Stammend uit de Russische periode is het ook hier een indrukwekkende bouwsite. Mooie kolonnes en mozaïeken zelfs de plafonds zijn een foto waard. Het is wel bizar dat er om 11:00 uur massa’s volk in en uit de frequente treinstellen komen. Als we horen dat er is Tasjkent zo’n 5 miljoen mensen wonen, is dat al veel begrijpelijker. We rijden 2 stations verder waar we in de” astronauten “ metro zitten. Met een zekere fierheid vertelt Nazira over de eerste hond, man en vrouw in de ruimte. We gaan terug bovengronds en komen aan de bus waarmee we naar het artisanale museum gaan . Een verwelkoming door het lokale zangkoor met samengaande dansjes, brengt ons bij mooie zijden stoffen, verder met borduurwerk en via de grote ontvangstzaal van een ex Russische apparatsjik, duiken we in de miniaturen en porseleinen. Mooie figuurtjes die me doen denken aan het met engelengeduld getekende aanheffen van de door monniken geschreven middeleeuwse boeken. Terug in het binnenkoertje, genieten we van het heerlijke weer, volle zon en toch maar een 20tal graden.
Met ons busje gaan we ergens een lekkere maaltijd gebruiken. Ook hier weer goed georganiseerd en clean en vooral lekker. Het lokale reisbureau dat samen met Leila alles heeft uitgedokterd, geeft ons een mooi lokaal hoedje als aandenken. Al vlug moeten we verder en met ons busje rijden we naar het balletgebouw.
Daar waar vroeger het Bolsjoj ensemble balletten gaf, zijn er nu een 20 tal meisjes aan het oefenen. Wij krijgen een uitvoerige en gepassioneerde uitleg, van de directrice, over de mooie zalen rond het theater. Integratie was ook bij de Russen geen issue, ze spreekt nog altijd alleen Russisch…
De zalen zijn telkens een beetje symbool voor de zes provincies van Uzbekistan. Mooie handarbeid met gips en arduin naar gelang de gebruiken in de verschillende provincies.
De indrukwekkende theaterzaal laat ons even stil zijn. Alles refererend naar overdaad, goud, fluweel en keizerlijke pracht, behalve de keizerlijke suite, die ontbreekt. Het is dan ook een gebouw dat tijdens de 2de wereldoorlog tot stand is gekomen.
Vandaar rijden we naar het gedenkteken van de aardbeving van 1966, een enorm bronzen beeld in typische Sovjetstijl, dat de kordaatheid en kracht van de Ukraieners moet uitbeelden. In de achtergrond een verhaal van de evolutie, van de vader die alles beheert tot de vrouw, die postoorlog, als enige overblijver, al het werk op zich nam.
Het is al donker als we in het restaurant aankomen waar we eens te meer een lekkere maaltijd krijgen.
Te voet, voldaan van deze leerrijke dag, die ons idee over dit land, met enkele katoenplanters en ayatollahs, heeft bijgewerkt, en heeft doen inzien dat we met ons zelfingenomen Europees gepamper op weg zijn naar de donkere middeleeuwen.
Van zodra ik de lakens voel, is het over en out tot morgenvroeg.
Even vlug, het is 6:45 u, de bagage inchecken en dan een overdadig ontbijt en met het busje naar het treinstation. We gaan 2 dagen naar de Fergana vallei in het NO, het berggedeelte van Uzbekistan, waar ze zijde, wol en katoen ombouwen naar prachtige stoffen.
We rijden nu door het vlakke land waar landbouw koning is, met ommuurde huisjes die wel contrasteren met wat we gisteren zagen. Qua isolatie weinig goeds vermoedende golfplaten daken overdekken de kleine gelijkvloerse huisjes. Stilaan doemen wat bergen door de mist en wordt soms het landschap aan onze blikken onttrokken door rotsige wanden. Dorre trage heuvels wisselen af met vlakke bebouwde velden, graan, mais, kolen en katoen en zelfs een meer schieten voorbij tot plots het licht uitgaat. Een 15 minuten lange tunnel brengt ons even terug in de trein.
Uiteindelijk staan we in Kokant op de kade. Met de bus rijden we naar het restaurant, overbluffen is toch een Oosterse traditie, stoelen met gouden knopen, en poten, het geeft je telkens een whow gevoel.
We lopen, na eens temeer een lekkere maaltijd, naar het paleis van de Han of Khaan, die tot zijn collega uit St Petersburg langs kwam, daar de plak zwaaide.
Een mooi gebouw is het, met een kleurige gevel en mooie torentjes, met drie 3 afdelingen rond binnenkoeren. De mooie houten pilaren ondersteunen de prachtige plafonds van de gaanderijen rond de pleintjes. We zien enkele overblijvers van de fauna, waar geen everzwijnen, geen beren, tijgers en andere indrukwekkende dieren blijken bij te horen.
De heroïeke verhalen over de Russische generaals duiden een beetje op de oorsprong van deze historische afdeling.
Een groepsfoto aan de poort is de afsluiter van deze happening.
We gaan dan naar de keramiek fabrikant, die ons zeer geduldig het ganse proces uitlegt met een geblinddoekte leerling die in no time een mooie vaas uit een klompje klei tovert. Hij schildert dan met een vlotte hand een mooie pauw op een grote schotel, gebruikmakend van eigen penselen en eigen natuurlijke kleurstoffen, magnesiumsulfaat, koperoxide, ijzeroxide en indigo. Als we dan vragen naar de prijs en bedenken dat we nog meerdere keren van hotel moeten verhuizen, waardoor de kans op breuk wel groot is, haken we af, en verlaten, een beetje beschaamd, het mooie pand waar we zo gastvrij werden ontvangen.
Een beetje verder is er nog een ander atelier waar de prijzen iets democratischer zijn, maar de kans op breuk blijft natuurlijk gelijk. Dus ook daar gaan we met lege handen buiten, de neefjes, (10-12 jaar) stoppen we voor de geduldige Engelse uitleg een zakcentje toe.
Dan, terwijl de zon een prachtige aftocht inzet, rijden we naar Margilan. Kleurrijke verlichtingen schijnen ons te verwelkomen als we de stad naderen. We checken in het hotel, waar we, na een kort kamerverblijf, gaan eten. Daar horen we dat Herman vergeten was zijn kluisje in het vorig hotel leeg te maken. Na lang wachten blijkt dat ze leeg is??!! Hoe kan dat? De manager gaat nog wat op video’s kijken en zal iets laten weten.
Al vlug gaan we na de lekkere soep bedwaarts en terwijl ik dit intyp, komen de foto’s van onze metgezellen met tientallen binnen, leuk!
Alweer een prachtige dag!
Vandaag is het vrouwendag, onder het mom dat we de geschiedenis van zijde van larvje tot weefsel gaan leren, lokt Leila ons tot groot jolijt van de madammen in enkele winkeltjes vol met zijden doeken, klederen, potsen…
We gaan eerst ontbijten in ons hotel en dan rijden we naar de eerste zijde marchand. Een jong meisje probeert ons uit te leggen hoe het allemaal werkt. De garens worden in bundels van ong. 200 m lang, gebracht. Soms unicolor soms een mengeling van verschillende kleuren. Deze bundels worden gemaakt met een grote draaimolen waarvan de omtrek 2,25 m is. Ze worden dan opgespannen en voorzien van tape op de plaatsen die niet moeten geverfd worden. Na een of meerdere kleurringen, gaan ze naar het weefgetouw, Bij zijde worden zo’n 3000 draadjes per 50 cm breedte via de “op en neer” gaande geleiders gestoken en dan begint de weving. Ze gaan dan 6OOO keer de spoel doorschuiven per lopende m. telkens de schering geleiders op en neer bewegend.
Een werkje van geduld en aandacht. Soms zijn er 4 of meer geleiders, soms maar 2, soms steken ze er een ijzeren staafje tussen dat dan, na verwijdering, een fluweel effect geeft.
En dan komt het, vooruit meisjes, hier is de winkel, honderden 200 m pakjes in nog meer kleuren, kwaliteiten en tekeningen blinken in de rekken, Sjaals, kleedjes, mantels, je noemt het en ze hebben het, en wij mannen stonden erbij en keken ernaar, want mooie zijden mannenhemden of iets dergelijks, onvindbaar…En zeggen dat zijde des Keizers was.
Uiteindelijk rijden we naar… toch wel geen tweede zijde marchand zeker, Ook daar krijgen we wat les. Nu van het prille begin: De larve aan de zijderups, wordt zeer verwend, de juiste temperatuur, de juiste sappige moerbeiblaadjes, zodat hij zich begint in te kapselen in zijn cocon. Deze kunnen we dan terug losdraaien. Ze worden per 20-25 samen opgerold op een stokje, vanuit de, in het warme water liggende, cocons. Terug afgerold, vanuit een ander waterbad, in strengen getrokken die dan kunnen geverfd worden. Opgerold zoals op het eerste bobijntje kan de verf niet aan de binnenste lagen. Zo krijgen we dan mooie egale witte, blauwe, … strengen die dan terug na droging gebobineerd worden. En zo, met wat verbeelding, is de cirkel gesloten en kunnen we weven, en confectioneren. De volgende kamer is een fabriekshall waar enkele fin du sciècle machines staan te razen. De machiniste zonder oor bescherming, moet het klikje horen, dat subtiel door het gedonder doorkomt, om de spoel te vervangen. Zo kan ze een 3-tal machines bedienen om telkens, net op tijd, de spoeltjes, zonder al te veel tijdverlies, te vervangen. Na vijf minuten gaan we verdoofd naar de demo van batik. Een zijden lap, word geplooid en samengebonden en vervolgens in kleur bokaaltjes gedompeld. Goed uitwringen en open plooien om een bewonderd mooi motief tevoorschijn te halen. Nog even drogen en opstrijken en klaar is kees.
Voor het katoen, dat ook in de regio verbouwd en verwerkt wordt, hebben we nog geen uitleg, enkel een paar ‘unieke’ fotokes vanuit de trein. Maar in de woestijndorpjes, waar we nu overvliegen richting Nukus, gaan we daar meer over weten. Hopelijk zien we hier ook de spinfase, of hoe van een propje katoen een bobijn garen maken?
Ondertussen hebben we nog een lekkere maaltijd met een groepsdansje op het steeds luider weerklinkende lokale muziek achter de rug. Na het voordansje van een van de thuisspelers, gaan we een voor een mee op de vloer.
En dan zorgt Leila voor een mannen activiteitje, Ja, ja een derde fabriekje waar ons madammekes weer blij van worden. Een echt familiaal bedrijfje met slechts enkele getouwen, dat blijkbaar alleen op bestelling werkt voor wat lokale mensen. Zoals nu waar een speciale tekening in de maak is voor een huwelijk. Maar ook daar is een winkeltje en ook daar worden, zij het beperkt, aankoopjes gedaan. Peter z’n plastron is wat te kort zodat ook deze aankoop geannuleerd word. Vergeefs zoek ik naar een zijden hemdje… Waar is toch de tijd, dat zijde voorbehouden was aan keizers en emirs, gebleven?
Met al dat winkelen hebben we het bezoek aan het mausoleum van de een of andere ‘grootmoordenaar’ geschrapt. We gaan dan vlug naar het vliegveld om terug naar Thaskent te vliegen. Zoals het betaamt zijn we daar 2 uur op voorhand, maar op een vlieghaven à la Deurne, had 5 min voor vertrek ook nog ruim op tijd geweest.
In Tashkent rijden we van de vlieger, die op “international” was geland, een klein half uur naar de “national” waar we dan de bagage kunnen oppikken.
Het busje, als steeds wachtende op ons, voert ons, dan naar een Italiaans restaurant. Een slaatje als voor en een lekker soepje als beginner, en dan doet Leila een verdwijn truk. Na geruime tijd, onze pasta’s zijn al op en de desserts zijn aan het opwarmen , komt ze terug, Het einde van Nazira is beklonken. Ook Leila, net als wij, vonden haar verwarde uitleggen en vertalingen niet zo adequaat. We gaan nu verdere met telkens een lokale gids… Dat is natuurlijk minder persoonlijk maar zo kunnen we misschien iets meer opsteken van dit verbazende land.
Wat we een beetje meenemen, is dat het een land is met een groot potentieel, maar dat het “gebruiken” van goedkope werkkrachten ($200/ maand) niet gaat blijven duren en dat automatisatie en personeelsafslanking zeer snel een probleem zouden kunnen geven. We will see…
Het is nu weer heel vroeg dag, de tel rinkelt om 4:40 am. Want we moeten terug de vlieger op.
Ditmaal geen bergen maar woestijn zullen we onderons zien doortrekken. In de woestijn is er niet veel gaande, vanop onze hoogte is er blijkbaar geen begroeiing en zien we ook geen kamelen.
In Nukus komen we aan om iets na 8 uur en na wat bagagerij, rijden we in het busje naar het museum van hedendaagse kunst. Ook het Savinsky museum genoemd naar zijn stichter en grote bezieler .
Deze Ukraiener verzamelde honderden werken en bracht deze hier tezamen. We krijgen een gids, die duidelijk op de hoogte is, en ons allerlei details over schilders, schilderijen, lokale kledij en gewoonten op een droge maar vlotte manier bijbrengt. Weer een voltreffer die een beetje uitloopt, maar zeker het matinale opstaan waard was.
Ook in het voorgeboekte restaurant loopt het een beetje uit, zodat de geplande bezoeken van de oude kastelen uit respectievelijk 200 bc en 300ac in het gedrang komen. Na een helse rit over een zeer geaccidenteerde weg, valt dan de beslissing om het bezoek aan het heel oude fort te schrappen.
Als we onderweg een katoenveldje tegen komen is er de verwachtte photoshoot. Hier een knop, daar een ontluikende en ten laatste een opengespatte bloem. Klik, klik, klik, nog eentje voor thuis mee plukken en we botsen verder op de lamentabele weg, richting kasteel.
Aldaar doen we een kort bezoek van de deels weggespoelde adobe wanden en muren, vanwaar we een zeer goed overzicht hebben over de woestijn. Later zien we dat, er toen de Amu darya nog niet door de katoenboeren was leeggepompt, het kasteel omgeven was van een ‘slotgracht’ en voorzien van een waterput.
We rijden al vlug verder tot Khiva, waar de anderen ondertussen aan het wachten waren op onze aankomst. Effe opfrissen en we lopen naar het restaurant. Vanop ons balkon, worden de gesprekken plots overruled door enkel zangeressen met tamboer en belletjes. Gelukkig houden ze na een tiental minuten op zodat we terug verstaanbaar kunnen communiceren. We lopen na het diner terug naar het hotel via het feeëriek verlichte stadje ( 26 Ha, met 2 enorme kastelen, ontelbare madrassas, handelsplaatsen voor de zijderoute-handel en enkele huisjes)
Vandaag is het Khiva, Khiva van 9 to 22 u. En het is deze tijd werkelijk waard! De kastelen, de madrassas, de marktplaatsen, de straatjes, de torens, de koepels…. Al vlug worden batterijen vervangen, power Banks aangesloten en steeds maar nieuwe mooie dingen worden ons voorgeschoteld. Ondertussen bieden we nog op wat kousen en sjaals, eten weeral een lekkere maaltijd, wachten even op de toren op het goede licht, gaan nog wat miniatuurkes kopen, drinken een cappuccino en eten dan in opperste stemming, vooral omdat de verdwenen centen in Thaskent terug zijn!. We lopen terug naar de rand van de stad, waar ons hotel is. Alles is zo mooi, proper, zelfs na een dag vol toeristen. Er is prachtige verlichting en een bijna volle maan die een vlucht eenden doet schitteren boven de stad. Een onvergetelijke dag weeral!!!
Deze zondag gaan we terug naar het Oosten, Buchara. 6-700 km in de bus.
We vertrekken tegen 9 uur en slingerend rond de putten in de weg, rijden we meer links dan rechts, steken over de witte lijn auto’s en vrachtwagens voorbij, en dit met eer zekerheid die vertrouwen schenkt. We rijden langs huisjes waar het stro op het dak wordt gestockeerd om zo een aangenamere woning te hebben. Ook zijn er al hier en daar zonnepanelen te zien , misschien omdat in afgelegen gebieden er al eens een uitval kan zijn, zoals binnen een paar jaar bij ons? Na een tweetal uren houden we een plaspauze en bezoeken het kleine bazaartje, waar voor een prikje nootjes, snoepjes en ijsjes worden gekocht.
Zeer regelmatig steken we kanaaltjes over die al of niet vol water staan en dienen voor de irrigatie van de omliggende gebieden. Hier en daar zien we Metaan tankstations, wat wijst op een veelvuldige ombouw naar LPG, die hun gas aanprijzen aan 0,4€, wat natuurlijk de elektrificatie niet in de hand helpt. Als we een rivier willen oversteken, gaat dit via een enkel rijvak dat tevens dienstdoet als treinovergang, we passeren een stadje waar een markt duizenden mensen lokt die graag verse aubergines, meloenen en andere lekkere groenten inslaan. Dit gaat evenwel gepaard met een enorm verkeers- en parking- probleem. Onze geoefende chauffeur loodst zijn bus handig door de wroetende menigte en dan gaat het verder slingerend van links naar rechts, op en af, inhouden en optrekken, om steeds maar het beste stukje autoweg te vinden. Tot onze verwondering zien we aan de overkant een eenzame fietser, 50 km van de bewoonde wereld.
We stoppen nog even aan de grens met Turkmenistan waar de Amu Darya, niet op z’n breedst, de grens met Uzbekistan maakt. Iets verder zien we een Politiewagen die de discussie tussen de wagenchauffeur, die, op een lege autostrade, tegen een truck blijkt te zijn gereden, modereert.
Tegen 14:00 u is het middagmaal in een typisch door toeristen bezocht restaurant voorzien, Tussen een bus Chinezen, Spanjaarden, lokalen, nemen we een tafel in gebruik. Allemaal gaan we voor 5000 sum naar de gebrekkige, soms defecte, niet zo propere WC’s. Dan een eenvoudige maaltijd, waar Leila nog enkele satés aan toevoegt, zodat we weer de baan op kunnen. Een paar boterhammen in het katoenveld hadden voor mij even welkom geweest.
Tijdens de maaltijd legt Leila ons de verschillen tussen de Sjiieten en Soenieten uit, en zijn we al gauw bezig over haar geliefde Iran. Spijtig genoeg zit ik een beetje aan de verkeerde kant en, met de furies uit de Spaanse bus naast mij, mis ik een groot deel van het gesprek. Uit de na- commentaren blijkt dat ze een andere visie heeft over de Pre Khomeini en post Shah periode, dan de klassieke gazetten en tv programma’s. Iedereen beleeft natuurlijk elke situatie een beetje anders. Ik heb ook een ander idee over “gratis soep” dan anderen….
Zoals de laatste kms voor het eten, is nu de weg iets beter, een mooie 2×2 autostrade. Net als ik dit typ echter, rijden we op een stuk dat iets te droog is gelegd en een parkinson effect geeft waarbij het intikken en vooral het nalezen niet zo eenvoudig zijn. De zwarte woestijn, daar rijden we nu door, maar ik zie alleen okerkleurig zand met 75 cm hoge dorre stuikjes waar we vanuit de bus kilometers kunnen over kijken, zowel links als rechts, het lijkt wel eindeloos, niks, geen heuveltje aan de einder, zelfs geen kanaaltjes meer, alleen hier en daar een op zonnepanelen lopende gsm mast. Ook de drukte van daarnet, in het dorpje, is vervangen door een sporadische vrachtwagen en enkele wagens, die ons dan rechts voorbijsteken. Ook zij gaan onmiddellijk terug op het linker rijvak, de comfortabele rijweg vindend. Nog een tweetal uurtjes en dan zijn we aan onze nieuwe bestemming. Plots zie ik hier en daar een grote plas, die op het eerste zicht met niks is verbonden. In dit vlakke land zijn de wonderen de wereld niet uit. En dan zie ik enkele huisjes en velden… en dan weer terug een kanaaltje en huisjes, die afwisselen met veldjes, zelfs met katoen plantjes, We betrappen enkele toeristen die daar in het zwart aan het plukken zijn. Uiteraard hebben we nu het volgende veldje aan ons broek. Stoppen, katoenfotokes zijn weer actueel, een groepsfoto in het veldje is de afsluiter en kunnen we de laatste 30 km naar Buxara aanvatten. ( Buchara in ’t vlaams). 1km verder is er dan plasstop voor de madammen en blijkbaar was het in het katoenveld misschien nog beter geweest. Het wordt drukker, rode lichten, een beetje afslaan en we zijn aan ons hotel. Daar wacht onze lokale gids ons op en krijgen we onze kamers. Een prima kamer, maar zijn een beetje verwend geweest… De kamer van Fred en Vera blijkt niet meer te sluiten als we willen vertrekken naar het restaurant. Uiteindelijk komen we daar aan en is er een kleine discussie over binnen en buiten. Al vlug zitten we lekker binnen te eten. Tegen het einde komen nog vrienden van Leila goeie dag zeggen, we stellen haar voor nog even bij hen te blijven maar ze is “ zo moe ”, en dan maken we aan deze transit dag door het vlakke land een einde. Morgen is Buxara aan de orde!
“Ze is zo moe” maar om 23:00 komt ze ons nog een extra deken brengen!!! Dank Leila!
Vandaag is Buxara aan de beurt, blijkbaar hebben nog al wat mensen last van de drukke baan gehad vannacht, douche die niet werkte enzo, dat is wel een probleem. Bij het ontbijtbuffet, wordt de koffie uit een traag huishoud machientje gemaakt en zorgt voor files, tegen negen uur evenwel is iedereen fit en monter en vertrekken we.
Het mausoleum van Samanid, gebouwd in de tiende eeuw, heeft elementen van alle toenmalige ingrediënten, een kegelvormige toren, de zon, cirkels, vierkanten… Het is dan ook gebouwd, toen men dacht dat de zon moest aanbeden worden, dat de Zarathustra de vier elementen belangrijk vond, goede en het slechte, yin en yang, en om de islammer te plezieren maken we van de vierkantjes iets van hen.
Spijts de vriendelijke overgang van Onafhankelijk kalifaat naar provincie met khan aan het hoofd onder Nicolas, vond Lenin, een paar jaar later, dat hij dat met wat bommen moest aanpassen en werd Buxara dan maar ingelijfd.
We bewonderen het mooie gebouwtje dat tijdens de bombardementen is gespaard gebleven en al meer dan 1000 jaar staat mooi te zijn. Een mirakel???
We gaan verder door het mooie park en komen aan de bron in het Chasma ayub mausoleum. In de goede oude tijd werd de stad via kanalen voorzien van rivierwater à gogo met tientallen waterputten die evenwel 2daags dienden “ververst” te worden. Een luxe in deze woestijn. Een bronnetje is nog overgebleven en ook daar worden de mooiste verhalen over verspreid. We zien er foto’s van het gigantische Aralmeer, waar oa. de Uzbeekse rivieren in uitmonden, van 60 jaar (70000 km²) geleden en ook van het plasje (9000) dat na de katoen teelt is overgebleven. Een grote dorre verzilte vlakte, waar de wind zorgt voor de verspreiding van dit zout over gans centraal Azië.
Een gevolg van de bombardementen was het vernietigen van de kanalen, zodat de aanvoer stokte en de mensen het water langer bewaarden zodat ze al drinkend ziek werden. En misschien zat er in die bommen wel iets meer dan TNT. Dat zullen we nooit weten.
Ons volgend bezoek, enkele passen verder, is het kasteel van de khan, althans het gerestaureerde deel. Blijkbaar was van dat ganse complex bijna niets overgebleven. Zoals wij nù, hadden zij toen, we spreken 1920, blijkbaar geen luchtafweer mogelijkheden.
Met het busje rijden we naar de oude stad, gaan weer lekker eten en lopen bij een miniaturist binnen die tevens een school voor tekenen heeft. Blijkbaar hebben we hier nog een beetje het gilden systeem met een meester en leerlingen. We nemen er een mooie tekening van mee.
Daarna gaan Joke en Herman terug naar het hotel en lopen wij een beetje vrij door de stad, met kraampjes van non food producten, messen, kussens, stoffen, tapijten enz. Gids Agmal vertelde ons juist dat de inflatie hier 25% is, en we zitten hier in het land van de zijde. Het lijkt interessant om een zijden tapijtje mee te nemen. Ik kijk wat rond en ondervind dat een korting van 50 % tot de mogelijkheden behoort. Mieke en Ludgard die ik ondertussen tegenkwam gaan nog mee een andere winkel binnen waar deze marge wordt geconfirmeerd., maar vermits Joke een beetje aan het rusten is, stel ik de aankoop tot morgen uit.
We gaan samen nog een lauw pintje drinken en dan is het weeral eten. Een mooi restaurant, lekker eten een beetje verstoord door het gezang van een lokale zanger, waardoor de gesprekken blijkbaar niet meer verstaanbaar overkomen.
Weer een prachtige dag was dit.
Vandaag gaan we naar het zomerpaleis van de Khan een beetje buiten de stad. Een mooi optrekje, in U vorm, met duidelijk Sint Petersburgse trekken, De khan heeft daar een militaire opleiding genoten gedurende enkele jaren, net voor de revolutie van 1917. Vooral de orangerie, met een overdaad aan licht spijts de kleine ramen, blijft bij mij hangen. In de reusachtige tuin is er nog een gebouw met zwempoel, met daarnaast een torentje. Het verhaal gaat dat het huisje bewoond werd door 40 concubines, die in aangepast tenue, moesten plaats nemen aan de vijver, de Khan wierp dan een appel in het water en de gelukkige die de appel kon opvissen, mocht dan de nacht in het andere huis doorbrengen.
Via de pauwen verlaten we het domein en rijden terug naar de oude stad. De madrassas en het verhaal van don Quichote leiden ons naar de Grote minaret, 47m hoog, torent ze boven de blauwe koepel van de grote moskee. Die gaan we binnen door de mooie blauwe poort. Een groot binnenplein, met helemaal rondom prachtige blauwe open kamers en achteraan de grote ingang van de “gesloten” moskee. Op het plein kunnen 1200 gelovigen deelnemen aan het gebed. Net als in de amfitheaters draagt de stem van de Iman, gezeten op zijn enkele treden hoge stoel, rond het hele plein.
Net achter de moskee komt onze bus en rijden we naar een restaurant, “ the Plov “. Daar eten we plov een Uzbekistaanse specialiteit met rundsvlees en rijst, met een sublieme smaak. Dat het lekker is, bewijst de volgepropte aaneenschakeling van eetkamers, waar de kelners, niet snel genoeg, de tafels voor de volgende couvert kunnen klaarmaken.
Na dit festijn gaan we op bezoek bij een meester in het borduren, met de naald en of het crochet volgt hij de voorgetekende lijnen. Mooie kleuren, mooie patronen en mooie afwerking, in en op zijde, wol, katoen of kameel-wol, en dit met een vastheid en snelheid die ons versteld doen staan.
Wij nemen vervroegd afscheid omdat we nog een tapijtje willen versieren. Na twee van mijn winkels, geraken we niet akkoord over de kleuren, maar de derde kan ons met een prachtig groen motief van links en naar het blauw gaande van rechts bekoren. We bieden en houden op aan onze grens, natuurlijk nog te hoog, voet bij stuk, en komen tot een akkoord. De afrekening geeft wat problemen als de creditkaart niet blijkt te werken, Hij geeft ons dan de tapijt en zijn reknr mee… we zullen dan wel van thuis uit betalen! Jekkes wat een vertrouwen!
Een nieuw probleem voor Leila, die nu een combine zoekt tussen het verkrijgen van het teruggevonden geld in Tashkent en onze “schuld”. Dat zou iedereen kunnen tevreden stellen met een min aan kosten. Vermits Achmal naar Tashkent gaat, zou hij de cash kunnen meebrengen, en in de winkel kunnen betalen. Natuurlijk is er de valuta. De gevonden € en de schuldige $ moeten nog geconverteerd worden, dat lijkt me niet het grote probleem, dat is voor morgen. Het saldo kan Leila dan gebruiken als aanbetaling voor de volgende reis hierheen.
In een van de madrasassen kijken we naar een modeshow van moderne kledij met klassiek geprinte stoffen, afgelost door telkens enkele danseressen. Net lang genoeg en hongerig trekken we naar het nabijgelegen restaurant. LAM is hier de boodschap. Een bord vol, niets dan ribbetjes of gemengd, maar altijd lam, enkel Leila en Daniella nemen een ander gerecht. Fred ontwart de apothekers rekening. In de hotel lobby showen nog even onze tapijt aankoop en dan zoeken we onze kamers op.
Vandaag rijden we naar Samarqant, een trip van 4 uur door de woestijn. Natuurlijk zijn ook hier massa’s kanaaltjes die vanuit Tadsjikistan het nodige water aanbrengen. We rijden over een 2 vak weg die hier en daar zou moeten bijgewerkt worden, maar over het algemeen in goede staat is. Na een uurtje of 2 stoppen we even om een WC bezoek en een drankje-koekje Ook hier persen ze de granaatappel ter plaatse. Nog 160 km te gaan.
We rijden langs katoen velden waar men aan de pluk begonnen is. We rijden kleine tractors met aanhangwagens vol katoen voorbij. Wat verder zien we massale hopen katoen, met zeilen overdekt, op een binnenplein. Een katoenverwerker of een exporteur? Ja de katoen doet het is nog steeds. Maar ook wijngaarden en dito tractors merken we op.
Bij een veldje waar de pluk bezig is, stoppen we en nemen wat foto’s van de vrouwen die juist aan het genieten waren van wat schaduw en een lekkere kom soep, ter plaatse gemaakt in een enorme ketel boven een vuurtje. Blij met deze aangename verrassing, vertellen en lachen ze ons allerhand, een kleine demo, omgord met de grote zak maakt een van de pluksters ons duidelijk hoe het in zijn werk gaat. De “oogsters” van Pieter Breugel zou hier op zijn plaats zijn. Ook hier is het een toestand die binnen de kortste keren zal evolueren, een 15 tal vrouwen voor een veldje van een 2 tal ha, zal dan niet meer betaalbaar zijn. De migranten stroom naar Rusland lijkt al begonnen te zijn volgens een van de gidsen.
Stilaan word het drukker als we Samarqant naderen, en het is dan al etenstijd als we worden ontvangen in een groot huis, waar we onder het afdak in de binnenkoer een lekkere, ditmaal niet zo overdadige, maaltijd krijgen.
Te voet gaan we naar de locatie van oude ambachten en zien we hoe handgeschept papier gemaakt wordt. De binnenste kern van de moerbeiboom word geweekt, afgeschraapt en geplet door een water aangedreven stamper en dan opgevist, gedroogd en geperst tot een stijf licht geel papier.
We vervolgen en komen in de olie perserij, daar worden katoenzaden gemengd met sesam, en andere zaden, die ook via een waterrad worden geplet, zodat de olie uit de zaadjes als een zwarte vloeistof kan worden opgevangen.
Ook de ceramiek afdeling maakt gebruik van dezelfde waterkracht uit hetzelfde kanaal.
Een beetje al te toeristisch, hun aandrijvingen evenwel, de moeite waard.
Vandaar gaan we naar de kleinzoon van Timour lenk, Oeloeg Bek, die zich vooral bezighield met astrologie. De heuvel die we nu opwandelen, was vroeger een soort teleskoop, die meters onder de grond en boven de grond een halve cirkel maakt, waar men dan via gaatjes in het plafond, de stand van de zon en de sterren kon bekijken en bestuderen.
Om de een of andere duistere reden hebben ze hem vermoord en is zijn bouwwerk verdwenen. Ze hebben nu op, denkelijk, dezelfde plaats een deel herbouwd met aanliggend een museum. De technische uitleg is nogal summier, zodat we verder gaan. We dalen van de heuvel en gaan naar het hotel.
Daar hebben we een beetje fout gedaan. In de veronderstelling dat na 310, 311 volgt, blijkt dit achteraf 314 te zijn. Vermits de deur van ‘onze’ 311 open staat, gaan we binnen en nemen bezit van deze kamer, vlug een douche om de moeheid af te spoelen en dan blijken onze valiezen niet aan te komen. De verantwoordelijke komt dan eens kijken en duidt ons op onze fout. Omwisselen? Maar de douche is al gebruikt? Neen, ok blijf dan maar hier, spijts het een superior kamer is, en dit zonder opslag. Super sympa!
Na een uurtje nou ja, onmiddellijk na dit incident, rijden we naar het spagetti restaurant.
Vandaar is er een mooie wandeling in de avondschemering, zodat we juist op tijd aan het grote plein komen, waar een prachtige lichtshow zich voor onze ogen afspeelt. We krijgen de geschiedenis van de handelsstad te zien, waarvoor en waaruit menige veroveringstocht is gestart of getopt en dat alles ten koste van duizenden, lees miljoenen, slachtoffers, in naam van en voor roem, goud en aanzien van enkelen.
En daar staat ons busje weer, zodat we in no-time in het hotel aankomen.
Onze laatste dag! Snik…
Iets na 9 zet de bus ons af aan het Registan, het met zand bedekte plein, zo was het toen de kamelen nog uit Xian hier aankwamen en de drijvers hun waar begonnen te prijzen en te verkopen. Nu is het een met marmer bedekt plein dat omsloten wordt door 3 prachtige gebouwen, de trots van Samarqant.
De madrassas zijn origineel uit de tijd van Timor en zijn vermoorde kleinzoon. Timor in zijn eeuwige ijver om de buren te verslaan, wou de hoogste en grootste hebben, en zolang de bouw vorderde leek dit ok. Net voor de finalisatie had een van de buren er natuurlijk eentje enkele cm groter, met als resultaat dat de dienstdoende architect werd ontslagen en gedood en de nieuwe wist wat hem te doen stond! Maar ja, fundering voor 50 m hoge dikke wanden vormt niet, zeker als de grond niet stabiel is, genoeg steun voor een verhoging. Ik bedacht me daarbij dat eeuwen kamelen-drollen, overdekt met zand, niet de beste stabiliteit waarborgt… Gelukkig voor de architect stierf Timor voor de instorting van een deel van het gebouw.
De twee andere gebouwen waren van Oulugh beg, de kleinzoon, die in tegenstelling tot zijn grootvader, niet zo’n volken moordenaar was. Momenteel zijn de leslokaaltjes en slaapvertrekken ingenomen door ‘commerçanten’ die, al of niet ‘meester’ zijnde, allerhand verkopen, hoedjes, sjaals, ceramiek, zelfs violen. Na dit bezoek, worden we weer even losgelaten om de biedingen aan te vatten. Vermits hier wel wat meer toeristen zijn, zijn de marges kleiner, misschien zal de huishuur ook wat hoger liggen. We gaan dan naar een vanbuiten, armtierig uitziend restaurant en komen in de heerlijke binnentuin waar we een lekkere BBQ voorgeschoteld krijgen. Eens te meer moeten we na een sla en nog een sla en een loempia, en een soep en de bbq hopen laten terug gaan. Leila vraagt om dit in een doggy bag voor de gids te verpakken.
Van hier gaan we naar de grafstraat, een op een heuvel aangelegde reeks graven van famillie van de Kahn en zijn generaals . Langs de afdalende straat liggen dan de vrouwen en belangrijke mensen van toen, mekaar overtreffend in pracht en praal.
Vandaar wandelen we naar het mausoleum van Timour zijn favoriete vrouw, Bibi Khanoum. Ze was eigenlijk de vrouw van zijn senior generaal, maar na zijn dood in een gevecht (???) nam hij haar als vrouw. Ze heette khan naar de bekende Djingis Khan, zodat hij dat nu ook achter zijn naam kon schrijven.
Nog een laatste marktbezoekje, en we nemen de elektrische XXL-golfcar naar de bus. Een bezoek aan een mooie dansshow, over de 2500 jaar Samarqant, sluit ons Uzbeekse verhaal passend af. Na een, eens te meer, lekkere en overdadige maaltijd, gaan we naar het hotel waar we een klein afscheidsreceptietje houden ter bedanking van de supercalifragilisticsexpialidoches manier waarop Leila ons overal zonder problemen heeft door geleid.
Een ervaring, een openbaring, een genot dat zeker voor herhaling vatbaar is.
Dank aan alle medereizigers en lokale reisleiders en transporteurs, maar vooral aan de Organisatrice.
